[Zelhem]

Na vier jaar als profwielrenner verruilde Zelhemmer Joris Nieuwenhuis (26) dit najaar de weg voor zijn oude liefde, het veldrijden. Geen gedrang meer in het peloton, minder van huis en meer tijd om ook buiten de sport ambities na te streven.

Tekst en Foto: Luuk Stam

Geen Tour de France meer, die hij twee keer reed. Geen Ronde van Spanje. Geen meerdaagse wedstrijden in Italië, Polen of in het Midden-Oosten. Geen wekenlange hoogtestages op een berg ver van huis. En geen keienklassiekers in het voorjaar, die zal Joris Nieuwenhuis nog wel het meest gaan missen. “Maar alleen voor Parijs-Roubaix kun je geen profwielrenner zijn”, stelt de 26-jarige Zelhemmer. “Je moet een volledig seizoen rijden. Dat wilde ik niet meer.”

Nu klinkt zijn naam weer door de speakers in de wereld van de cyclocross, het veldrijden, de discipline waarin Nieuwenhuis in 2017 wereldkampioen werd bij de beloften (onder 23 jaar). Dit najaar verruilde hij de wegploeg van Team DSM voor het Belgische Baloise-Trek Lions, een ploeg die onder leiding staat van crosslegende Sven Nys en enkel uit veldrijders en veldrijdsters bestaat. Nieuwenhuis rijdt niet zoals de voorbije vier jaar enkele crossen als voorbereiding op zijn wegseizoen, maar een volledig programma in het veld.

Waarom de overstap? “Daar zijn meerdere redenen voor”, zegt de Achterhoeker. “Maar het komt erop neer dat ik er steeds meer achter ben gekomen dat het bestaan als wegwielrenner niet past bij wie ik als persoon ben.” Nieuwenhuis ondervond dat hij op de weg in zijn favoriete voorjaarskoersen fysiek weliswaar vaak met de besten mee kon, maar het verloor omdat anderen meer risico’s namen, wél in dat ene gat doken en wél hun ellenbogen gebruikten. “Ik merkte steeds meer dat ik dat gewoon niet in me heb”, klinkt het. “En als jij eerder in je remmen knijpt, dan ben je de aansluiting kwijt.”

Entourage

Het zijn zorgen die achter hem liggen, maar of de overstap naar het veldrijden ook rust heeft gegeven? “Om heel eerlijk te zijn nog niet echt”, klinkt het. “Er komt toch nog heel wat bij kijken. Bij DSM kreeg ik ook rondom mijn crossen de begeleiding vanuit de wegploeg. Bij een crossploeg verwachten ze dat je zelf een hele entourage om je heen hebt. De meeste crossers hebben dat al van jongs af aan. Een mecanicien is vaak een vader, een verzorger meestal een vriendin. Je bent als veldrijder een soort zzp’er, dat is weer even wennen.”

Toch is ook vader Laurens Nieuwenhuis een vertrouwd gezicht aan de zijde van de oud-beloftenwereldkampioen. Hij verzorgt het materiaal en stuurt de camper deze winter weer vrijwel elk weekend richting België. “Daar heb ik echt geluk mee”, aldus zijn crossende zoon. “Maar voor mijn vader was het bijvoorbeeld ook weer even uitvinden hoe hij alle fietsen op de beste manier in die camper kan krijgen. Ook ben ik verhuisd. Ik woon nog steeds in Zelhem, maar nu op mezelf, een heel ander ritme. Het zijn veel nieuwe dingen, die alles bij elkaar de nodige stress opleveren. Wel allemaal dingen die ik heel leuk vind, dat scheelt.”

Resultaten

Ook op de fiets spat het plezier er weer vanaf. Resultaten zijn vooralsnog van ondergeschikt belang. De Zelhemmer en zijn ploeg zien dit veldritseizoen – dat momenteel in volle gang is en loopt tot eind februari – als een overstapjaar. “Ik heb wel een stip aan de horizon, maar dat is pas volgend seizoen”, vertelt Nieuwenhuis. “Dan wil ik echt weer als veldrijder een heel seizoen goed rijden. Dit seizoen bekijken we het per wedstrijd. Ik vind het ook echt weer heel leuk, kijk uit naar elke wedstrijd. En ja, een WK in eigen land (in het Brabantse Hoogerheide op 5 februari, LS) is altijd speciaal, daar kijk ik nog net wat meer naar uit.”

In dat ‘tussenjaar’ rijdt Nieuwenhuis voorlopig echter zeer sterk. Hij klopt al direct serieus op de deur van de wereldtop. Zo behaalde hij al een vierde plek op het Europees Kampioenschap in het Belgische Namen, begin november. “Het voelt goed”, zegt hij daar zelf ook over. “Sowieso om weer in een echte crossploeg te zitten, dat voelt prettig. Maar ook qua resultaten ben ik heel tevreden. Bij mijn eerste cross in Woerden eind oktober werd ik al gelijk vijfde. Terwijl ik nog maar twee keer op deze fiets had gereden.”

De overstap van de weg naar het veld biedt ook mogelijkheden naast de fiets. Waar hij als profwielrenner vaak wekenlang van huis was, is Nieuwenhuis nu doordeweeks veelal in Zelhem en omgeving te vinden. Trainen doet hij nog steeds vooral op de weg, een gemiddelde week telt maar één training in het bos. Het leven als veldrijder hoopt hij volgend jaar te combineren met een studie filosofie. Er zal meer tijd zijn voor zijn grote hobby gitaar spelen. De Zelhemmer hoopt wat vaker te proeven aan weer een andere tak van de wielersport: het gravelrijden. En hij wil in zijn thuisomgeving meer gaan doen op maatschappelijk vlak.

Kenniscentrum

Dat laatste zou in de vorm van een gastles op een school kunnen zijn, maar Nieuwenhuis kijkt ook verder. Hij zou graag zijn bijdrage leveren aan het opzetten van een kenniscentrum voor jonge topsporters in de Achterhoek. “Een plek waar je uitleg kunt krijgen over: hoe werkt het nou om topsporter te zijn?”, verklaart hij. Zelf trok de hij hiervoor in het verleden vaak naar Eindhoven. “Een plek waar bijeenkomsten zijn, waar een mental coach komt of een voedingsexpert, waar ikzelf ook zou kunnen vertellen over mijn ervaringen. Maar ook begeleiding voor ouders: hoe ga je om met een kind dat topsporter wil worden? Aan zoiets meewerken, daar zou ik heel veel energie uit kunnen halen.”

Nieuwenhuis denkt er veel over na. Dat doet hij sowieso heel veel, nadenken. Altijd al. De wens om een studie filosofie te gaan doen, komt dan ook niet uit de lucht vallen. “Maar dat ik een denker ben, heeft me ook geregeld tegengewerkt”, blikt hij nog maar eens terug op zijn vier jaar als fulltime wegwielrenner. “Jongens die niet nadenken over wat er fout kan gaan, die hebben in het wielrennen gewoon het voordeel dat ze later in de remmen knijpen. Ik dacht op dat soort momenten: is het me dit wel waard? Steeds vaker gevolgd door: nee, dit is het me niet meer waard. Ik ben heel blij dat ik deze keuze heb gemaakt.”