[Eibergen]

Schoolleider Arnold Maarse deed zelf wat hij leerlingen voorspiegelt: het voortouw nemen in wat goed is voor de maatschappij waar jij onderdeel van bent. In 2018 zei hij zijn baan op als conrector bij Marianum. Hij begint hij een meelwormenkwekerij waarmee hij een wezenlijke bijdrage wil leveren aan een beter klimaat en het wereldwijde voedselvraagstuk. Na twee schooljaren is hij weer terug op school als schoolleider op het Winterswijkse Gerrit Komrijcollege. Én een illusie armer geworden. De schuren waar vorig jaar nog tonnen aan meelwormen leefden staan leeg.

Tekst en Foto: Eveline Zuurbier

Een eiwitdrankje met meelwormen is net zo goed voor je spieren als melk. Bovendien best lekker! Voor het dier kun je meelwormen goed inzetten als alternatief voor soja uit Brazilië. Dit geldt ook voor ons voedselsysteem om kostbare eiwitten te winnen voor een uitdijende wereldbevolking.

De media hebben zich stuk geschreven toen Arnold Maarse met een insectenboerderij begon in Hupsel bij Eibergen. De boerderij kreeg een alternatieve invulling voor het bedrijven van circulaire landbouw, vertelt hij. Maarse is vastbesloten iets te doen aan de reststromen van voedsel, de uitstoot van stikstof en CO2. Sprinkhanen, krekels en meelwormen als duurzaam alternatief voor de traditionele dierlijke eiwitbronnen, voor de productie van nieuwe voeding in plaats van sojabonen voor het vee of het vlees dat wij eten? Een nieuw verdienmodel dat de economie van het platteland overeind kan houden? ‘Maarse heeft er veel voor over’, schrijven media. ‘Hij heeft er zijn baan als conrector havo bij Scholengemeenschap Marianum in Groenlo voor opgegeven!’ Inmiddels weet de onderwijsleider dat er meer nodig is om processen te kunnen beïnvloeden dan alleen aansprekende concepten voor consumenten. “De kachel rookt niet enkel van idealen.”

De wereld onder handen nemen

Aan visie en missie ontbreekt er bij Maarse niets. Vraag het de oud-leerlingen? Zij herinneren de schoolleider als een ondernemer die het voortgezet onderwijs verbindt met de bedrijvigheid in de omgeving. Over het lesuur Economie & Burgerschap dat hij wel eens gaf, vertellen zij over een meester die met de actualiteit uit de krant het denkwerk in de klas letterlijk aan de praat kreeg. Hoe zouden zij de wereld onder handen willen nemen om een eigen begin te maken? Maarse reikt zijn leerlingen de mogelijkheden aan. Hij krijgt de handen van de algehele schoolleiding op elkaar om leerlingen ruimte te geven de bedrijven te bezoeken om zelf te ondervinden wat de bedrijven zoal doen. Alle goeds wat Maarse voor school en leerling bereikte, deed het hart van hemzelf, de geboren boerenzoon, sneller kloppen voor een eigen boerenbedrijf. De schoolleider was toe aan een agrarische onderneming die de wereld zou dienen voor een evenwichtig voedselsysteem en een beter milieu. Maarse deelt met de media dat hij aan een verkenningstocht begint met de bedoeling op termijn de verkregen kennis te delen. Daar houdt hij woord aan.

De meelwormvoordelen

Gaandeweg begint de uitkomst te schampen met wat beschikbaar is in onderzoeksrapporten en alle toegeschreven verwachtingen in de media. Zijn visie klopt met de voordelen; iedereen is het daarover eens. Meelwormen zijn kampioenen in het omzetten van plantaardig voer in dierlijke eiwitten die geschikt zijn als voedsel voor mensen en dieren. Meelwormen zijn minivee op zes poten, zoals Arnold Maarse over de verzorging van zijn dieren’praat. Voor de productie heb je geen grote stallen nodig en hectares grond. Ook qua ruimte wint de meelworm van het rund, het varken en de kip en heeft de meelworm in het proces van ei-larve-pop, minder plantaardig voer nodig dan runderen en varkens. En nog een voordeel: hun organische mest is een geschikte bodemverbeteraar en het droge substraat kent amper emissie van stikstof.

Meelwormkwekerijen kunnen een antwoord zijn op het toenemende aantal leegstaande stallen op het platteland. De discussie over dat een groot deel van de Nederlandse boeren weg moet om aan de stikstofregels te voldoen, is nog gaande. Tot zover klopt alles over verbeteringen voor milieu, dierenwelzijn, voedselveiligheid en onze gezondheid. “Kijkend naar de voedselconversie, dus naar de hoeveelheid die nodig is voor de opbouw van 1 kilogram vlees dan wint de meelworm het van rund en het varken, maar is die niet veel beter dan die van de kip”, legt Maarse uit.

De nihile winst op de voedselconversie gaat langzaam bij Maarse wringen in zijn denken over bijdragen aan een duurzame voedselketen. Ook als het gaat om de andere zaken zoals de hoge energiekosten zijn er vragen. Warmbloedige dieren (rund, varken en kip) houden zich warm door energie uit voer en hebben daarom meer voeding nodig. Meelwormen, insecten zijn koudbloedige dieren en dien je warmte (26 graden) toe te voegen om de kweek op gang te houden. Wanneer ze een zekere omvang hebben, moet je koelen. Met deze wetenschap neemt de milieudruk van de meelworm weer toe.

Slim bezig

“Met de schuur vol meelwormen ging het best goed. De economische resultaten zagen er goed uit. In het begin kregen we 5 euro per kilo. Er kwamen meer spelers op de markt. In twee jaar tijd groeide het aandeel kwekers van 25 naar 45 kwekerijen. De prijs kelderde naar 3 euro per kilo en schommelt nu rond de 2,50 euro.” Maarse deed het voeren met de hand. Bak voor bak kreeg meel en afgekeurde wortels (schroot) uitgestrooid. Wekelijks zo’n vier ton. Hij kreeg lichamelijke klachten. De klachten waren het signaal om over te gaan tot automatiseren en een uitbreiding. “En dan houden de financiën je bezig. Een robotarm plus een voerstraat kosten 250.000 euro. Voor de bekostiging zal de productie omhoog moeten.” Hij komt in contact met een voormalig pluimveehouder uit Ruurlo die bij Maarse komt kijken omdat hij ook meelwormen wil kweken. Ze besluiten samen te werken. De lege pluimveestallen geven mogelijkheden om op te schalen. De enorme lopende banden blijken een slim alternatief te zijn voor de kostbare automatisering en zorgen voor meer arbeidsgemak. Die worden ingezet als een voerstraat voor de meelwormen waarmee Maarsse erin slaagt de productie op te voeren.

Grote volumes, miljoenen euro’s

De schaalvergroting vraagt om een goede afzet van de meelwormen. Indien Maarse en zijn compagnon die goed regelen, zal er financiële ruimte komen voor investeringen in automatisering en de inhuur van medewerkers. In deze nog nichemarkt is de consumentenmarkt klein: de gemiddelde Europeaan is nog niet toe aan insecten op het menu zoals bij de Aziaat of de Afrikaan. De productie in Ruurlo zal zich dus vooral richten op het geschikt maken voor diervoeding, huisdieren en vee. Daar gaan straks grotere volumes in om en geeft meer zekerheid voor de afzet.

Meelwormen gaan vooral weg als voedseldieren via Starfood – een groothandel in voedseldieren – in Barneveld. Met een constante afzetmarkt, doch een steeds groter aanbod, is dit een probleem en de oorzaak van de terugval in omzet. Maarse probeert een deal te sluiten met For Farmers (een gigant in de mengvoerderindustrie) die ook wil verduurzamen en op zoek is naar soja-alternatieven.

Dat vraagt echter om zeer grote volumes en een concurrerende eiwitprijs. Dat maakt dat de meelworm niet het meest geschikte insect is. “Er gaan miljoenen om in het onderzoeken en ontwikkelen van deze nieuwe ‘veehouderij’ en de bijbehorende toepassingen. Dit is nodig om de markt op te zetten”, licht Maarse toe.

Er wordt veel geld uitgegeven, weinig tot niets verdiend, dus liggen er subsidies klaar om het toch tot een succes te maken. Banken zijn gewillig te financieren bij verdere opschaling en automatisering zodat het volume stijgt, met het gevolg dat de prijs daalt. Dat versterkt in hun ogen de concurrentiepositie en verbetert het economisch perspectief.

Voor Maarse en zijn compagnon houdt het hier moreel op: ze besluiten hun onderneming te staken. Ze beoordelen het economisch perspectief van de meelworm als ongezond en de afzet is op deze manier niet oké. “Dit maakt de insectenhouderij tot een industrie. In Dongen heeft Protix met miljoenen gefinancierde euro’s vijf hectare aan volledig geautomatiseerde hallen gebouwd op een industrieterrein. Dit lijkt in niets op alternatieven voor het platteland.”

Geloof houden

“Aan alle kanten wordt de markt beïnvloed. Wij hadden nog de keuze om te stoppen. Ik geloof overigens wel in de eiwittransitie voor een evenwichtig voedselsysteem, maar niet meer zozeer in de meelworm. Die heeft in de cyclus van eitje-larve-torretje zo’n tien weken nodig meelworm te worden, is selectief in zijn menu – van het meel waarmee we de meelwormen voeren, kun je beter brood bakken – en vraagt heel wat energie. Een beter alternatief is de zwarte soldaatvlieg. Die kun je vermalen om ons eiwitprobleem op te lossen. Van eitje tot made duurt slechts 10 dagen. Maden zijn opruimers, echte alleseters, een veel betere aanvulling voor de werkelijk circulaire landbouw, maar we beschouwen vliegenmaden als ranzige parasieten in onze afvalcontainers.” Als Maarse de keuze had een nieuw circulair agrarisch bedrijf te starten dan koos hij voor de zwarte soldaatvlieg. Die geeft veel minder milieudruk en maakt de wereld een stukje schoner door werkelijk onze reststromen op te ruimen. “We hoeven ze niet op te eten maar ze passen prima in een rantsoen voor onder andere vissen, kippen en varkens”. Maarse weet inmiddels alle ins en outs over insecten kweken, maar ombuigen heeft ook te maken met wie en wat de maatschappij beïnvloeden. “Staar je niet blind op wat voorgespiegeld wordt, stel altijd de kritische vragen.” Hier spreekt een ervaren leraar die zijn keuze heeft gemaakt ter verbetering van het klimaat en ons voedselsysteem, doch nu weer het onderwijs wil verbeteren. Dat is de behaalde winst.