[Zutphen]

Om zijn passie voor wielrennen te delen, begon Bruno Bobbink (35) alias ‘Fietsbenen’ zo’n zeven jaar geleden met vloggen. Inmiddels werkt de Zutphenaar voor grote wielermerken en gaat hij met fiets en kleine fotocamera heel Europa door. Met zeker ieder jaar een trip naar de Mont Ventoux, de berg waar zijn vader verongelukte.

Tekst: Luuk Stam

In de Zutphense woonkamer van Bruno Bobbink staat een ruim dertig jaar oude foto, in het zwart-wit. Het is een foto van een jongetje op een kinderfiets met daarop een wielerstuur. Dat stuur is speciaal gemaakt door zijn vader, die het jochie ook voortduwt. Pas vele jaren later – als 21-jarige – zou die laatste serieus gaan wielrennen. Vader en zoon maakten samen heel wat ritten totdat vader in Frankrijk om het leven kwam na een botsing met een motor in de afdaling van de mythische Mont Ventoux. Het was 2013, Henk Bobbink was 55 jaar oud.

Zijn zoon Bruno bleef fietsen. Sterker nog: na de dood van zijn vader werd bij hem de passie voor het wielrennen alleen nog maar groter. En ook de levensinstelling van Bruno Bobbink veranderde. Kon hij voorheen nog weleens twijfelen of voor de gemakkelijke weg kiezen, nu besloot hij steeds meer zijn hart te volgen, te doen wat hij écht graag wilde doen. Zo kon het gebeuren dat de voormalig hbo-student Sport, Gezondheid en Management zijn baan als telefonisch verkoper van advertenties opzegde en zich volledig in het fietsavontuur stortte.

Wielervlogger

Onder de naam ‘Fietsbenen’ was Bobbink in 2016 de eerste zogeheten wielervlogger van Nederland. Niet als wedstrijdrijder, maar als toerfietser, als liefhebber. Zijn avonturen op de fiets legde hij vast met zijn kleine fotocamera. Wat hij onderweg meemaakte, was terug te zien op YouTube en Instagram. De schare volgers groeide gestaag. Daarmee kwamen ook de eerste aanvragen van bedrijven in de fietsbranche. Zo vergaarde hij inkomsten met het testen van fietsen, reed hij de ene maand op een Trek-fiets, de andere maand op een Canyon.

Inmiddels heeft Bobbink meer dan 37.000 volgers op Instagram en is hij ambassadeur voor weer een ander fietsenmerk: Cannondale. En hij werkt voor Biehler, een Duits bedrijf in wielerkleding. Voor dat bedrijf maakt hij alle foto- en videocontent, vanaf de fiets, door heel Europa. Dat werkt zo: de Zutphenaar reist af naar een land als Italië, Frankrijk of Zwitserland, treft daar mede-ambassadeurs van het Duitse kledingmerk, samen stappen ze op de fiets en rijden ze dwars door de prachtigste berglandschappen. De foto’s en video’s die Bobbink onderweg maakt, worden gebruikt om bijvoorbeeld de nieuwe zomercollectie van het kledingmerk te promoten.

Passie

Anno 2023 kan de Zutphense dertiger volledig leven van de opdrachten die zijn voortgekomen uit zijn passie voor de fiets, want dat is waarmee het allemaal startte. En Bobbink kreeg het dan min of meer met de paplepel ingegoten, het wielrennen begon voor de nu 35-jarige pas echt te leven toen hij als 21-jarige de Tour de France op televisie zag. “Dat vond ik zo vet, dat wilde ik ook”, blikt hij terug. In plaats van af en toe een ritje begon hij drie keer in de week te fietsen, samen met zijn vader. Dat ging goed. Zelfs als de snelste groep van de wielerclub uit de buurt voorbijkwam, pikte de twintiger aan en liet hij het wiel voor zich niet los: “Afzien, niet opgeven, dat bleek ik heel goed te kunnen.”

Tegenwoordig is het fietsen niet meer weg te denken uit zijn leven. “Ik zal het niet mijn eerste levensbehoefte noemen, maar toch zeker een heel belangrijke”, vertelt Bobbink. “Als ik een week niet fiets, dan word ik heel ongelukkig. Het is het gevoel van vrijheid, maar ook een manier om fysiek en mentaal gezond te blijven. Ik vind het leuk om fit te zijn, om echt goed te kunnen fietsen. En je krijgt endorfine van het fietsen, het stofje dat zorgt voor een geluksgevoel. Mijn lichaam is er wel een beetje aan verslaafd.”

In de zomer stapt Bobbink vier, vijf, soms wel zes keer in de week op de fiets. Maar ook in de wintermaanden traint hij door. “Op het moment dat je een betere conditie hebt, harder kunt fietsen zonder dat het heel veel inspanning kost, dan kun je er het meest van genieten”, klinkt het. “Om daar te komen en te blijven, moet je veel trainen, moet je het bijhouden, ook in de wintermaanden. Natuurlijk heb je op een grijze, koude, natte dag niet altijd evenveel zin, maar uiteindelijk wordt het er alleen maar leuker van.”

Cameraatje

Vanuit het fietsen is Bobbink ook als technische man betrokken geraakt bij de podcast Live Slow Ride Fast van oud-profrenner Laurens ten Dam. Het editen van zo’n podcast is ook deel van het werk dat hij doet. Hij doet het met plezier. “Maar toch voelt dat wel als werk”, zegt Bobbink. “En op de fiets? Nee, dan heb ik het écht naar mijn zin. Je hebt zoveel vrijheid, komt op veel plekken, ontmoet unieke mensen. En ik geniet ervan als ik mooie beelden kan maken. In de achterzak van m’n shirt heb ik altijd m’n cameraatje bij me. Die past perfect bij wat ik doe. Je kunt ’m heel snel pakken, aanzetten, foto maken, uitzetten en weer terug. Als ik in een afdaling met 60 kilometer per uur een mooie foto zie, dan maak ik ’m. Als je het zo vaak doet, dan heb je die controle.”

Mont Ventoux

Dit jaar wacht er voor kledingmerk Biehler onder meer een trip naar Spanje. En naar Canada, Toronto. Ook reist Bobbink wederom af naar de Mont Ventoux, de berg waar zijn vader overleed. Ieder jaar probeert hij er een keer te fietsen, vaak lukt dat en steeds opnieuw voelt het fijn. “Het is tien jaar geleden, je hebt het wel een soort van verwerkt, maar ik vind het een mooie plek om terug te komen”, vertelt de dertiger. “En natuurlijk denk ik dan veel aan mijn vader, aan de ritten die we maakten.”

Dat Bobbink zou gaan doen wat hij nu doet, had zijn vader nooit kunnen bedenken. En hijzelf ook niet. “Ik had wel het idee dat contentmarketing heel groot ging worden”, klinkt het. “Bij mijzelf zat het fietsen er natuurlijk al in en de kennis vanuit mijn opleiding komt goed van pas, maar het fotograferen en video’s maken heb ik me helemaal zelf aangeleerd. Dat dit me nu op zoveel plekken brengt, vind ik geweldig. Waar ik nog naartoe zou willen? Zo’n lijstje heb ik niet. Als ik in de bergen fiets en de zon schijnt, dan ben ik tevreden.”