[Keijenborg]
Keijenborg wil zichzelf weer op de kaart zetten als klompenmakersdorp. De cursus handmatig klompen maken is alvast een succes. Cursisten komen zelfs vanuit Noord-Holland.

Tekst en foto’s: Luuk Stam

Jasper Leek (30) verontschuldigt zich. Hij is een minuut of vijf te laat. Er is niemand die het hem kwalijk neemt, want Leek is deze maandag dwars door de avondspits helemaal vanuit het Noord-Hollandse Edam naar Keijenborg komen rijden. Dat doet hij deze winter vijftien keer. Bij aankomst trekt hij eerst zijn klompen aan voordat hij de voormalige buurtsuper aan de Sint Janstraat binnenstapt.

Hier binnen is geen brood of pak koffie meer te krijgen. Tegenwoordig is dit het domein van het Toeristisch Platform Hengelo & Keijenborg, dat in 2016 begon met het project ‘De Klompenmakers zijn terug’. Tot halverwege de vorige eeuw waren er hier in en rondom het dorp tientallen klompenmakerijen te vinden. Ze zijn allemaal verdwenen. Nu is het doel om dit ambacht levend te houden.

Trekpleister

Daarnaast zet het toeristisch platform de historie van de klompenmakers in als middel om toeristen naar Keijenborg te halen. Waar buurtdorp Hengelo kan pronken met de vroegere paardenmarkt en de wegrace, dienen hier sinds enkele jaren de klompen als trekpleister. Er ontstonden al een klompenfietsroute, het drankje klompennat, het klompenbrood en dus ook deze cursus handmatig klompen maken.

Het is een ‘winters feestje’ dat deze winter toe is aan de derde editie. Tijdens de eerste twee jaargangen was de thuisbasis één van de zalen van Coens Pannenkoekenhuus, net buiten Keijenborg. Sinds dit jaar heeft het toeristisch platform de beschikking over het pand waarin ooit boodschappen over de kassaband gingen. Hier kan al het materieel blijven staan. Naast de leerplaats is een klein klompenmuseum ingericht om groepen te ontvangen.

Populair

De cursus is populair. Dat wil zeggen; de tien beschikbare plaatsen zijn steeds razendsnel gevuld en initiatiefnemer en fervent klompenliefhebber Laurens Pape heeft al meer dan eens ‘nee’ moeten verkopen. “Groter kan de groep niet zijn, want dan lukt het de docenten niet om iedere deelnemer voldoende aandacht te geven”, verklaart de Keijenborger.

Cursus klompen maken. Foto: Luuk Stam
Cursus klompen maken. Foto: Luuk Stam

Die persoonlijke aandacht is één van de hoofdredenen dat Jasper Leek vanuit Noord-Holland helemaal hier terecht is gekomen. Hij is toe aan zijn tweede cursusjaar. Ook zijn oudere broer Jeroen was hier één jaar van de partij. In Edam ontvangen ze dagelijks honderden toeristen op hun eigen kaas- en klompenboerderij. Leek kan al klompen maken, maar wil er nog beter in worden. “Ik had ergens anders ook een cursus geprobeerd, maar die beviel me totaal niet”, vertelt hij. “Hier was het direct goed. De technieken die je leert, de uitleg, alles.”

Hij en zijn medecursisten krijgen die uitleg dan ook van zeer ervaren klompenmakers. Deze avond zijn Jan Hendrikse en Jan Hodes – ‘Jan en Jan uut Enter’ – als docenten naar Keijenborg gekomen. Zij leerden het vak bijna vijftig jaar terug van een oer-klompenmaker, zo’n man die zijn hele leven beroepsmatig tussen de klompen doorbracht. De twee wisselen af met Ton Verheij uit Haaksbergen. Ook bepaald niet de eerste de beste, want Verheij is achtvoudig Nederlands kampioen handmatig klompen maken.

Techniek

Zover is Aart Lievestro (63) uit Doetinchem nog lang niet. Hij volgt de cursus nu voor het derde jaar op rij, maar durft zichzelf nog geen klompenmaker te noemen. “In elk blok hout zit een klomp, maar je moet ’m er wel uithalen”, vertelt hij lachend. “De buitenkant gaat redelijk goed. Die vorm krijg je er snel in. Het boren van het gat waar de voeten in moeten, dat is nog wel iets waar een stuk techniek voor nodig is. Een techniek die ik nog niet beheers.”

Toch moet dit ambacht bij hem ergens diep verstopt in de genen zitten. Zijn opa was in het verleden een begenadigd klompenmaker in de Achterhoek. Toen een advertentie in de krant deze cursus drie jaar terug aankondigde, attendeerde zijn vrouw hem hier dan ook op. Lievestro was nog niet direct enthousiast. “Ik dacht; handmatig klompen maken, dat heb ik wel eens gezien, maar of ik dat kan? Ik heb me toch opgegeven en dan blijf je hangen. Het is gewoon gezellig en je leert iedere keer weer bij.”

Lievestro heeft speciaal voor het klompen maken een oude boodschappentrolley van zijn schoonmoeder omgebouwd tot gereedschapskar. Wat er allemaal in zit? “Een paalmes, een paar boren, een paar bijlen, een hamer, een potlood, een duimstok”, somt hij op. De Doetinchemmer wijst richting één van de andere cursisten, die een soortgelijke gereedschapskist op wieltjes in elkaar heeft gezet. “Alles wat je nodig hebt, zit erin. Ik was eraan toe, aan zo’n karretje.”

Veel doen’

De Doetinchemmer is niet de enige die deze cursus al meerdere jaren volgt. “Het belangrijkste is dat je het veel doet”, stelt hij. Daarom heeft een aantal cursisten besloten om ook buiten de jaarlijkse serie cursusavonden om één keer in de maand bij elkaar te komen. “Anders sta je in het najaar met een blok hout in je hand en dan weet je niet wat je ermee moet”, blikt Lievestro terug op de start van het tweede seizoen. “Als je bij elkaar komt, snijd je toch iedere keer weer even een klompje. Dat helpt.”

Cursus klompen maken. Foto: Luuk Stam
Cursus klompen maken. Foto: Luuk Stam

Tussen de gesprekken door klinkt continu het gehak van bijlen. Overal op de vloer liggen houtsnippers in allerlei soorten en maten. Ondertussen zet Pape de koffie voor in de pauze. Daar heeft niemand oog voor, want docent Jan Hodes geeft een stukje praktijkles. “Wat deed je nou zo’n beetje?”, vraagt Wilma Berentsen (61) uit Keijenborg met enige twijfel in haar stem. Ze is één van de drie vrouwelijke deelneemsters. Ook haar opa was vroeger klompenmaker. “Ik kan er nog niet zoveel van”, bekent ze. “Maar het is wel leuk!”

Geliefde hobby

Voor Pape was het drie jaar terug lastig in te schatten wat hij kon verwachten. Inmiddels is het klompen maken voor menigeen uitgegroeid tot een geliefde hobby. “Ik vertelde laatst een student van een jaar of 25 over wat we hier deden”, zegt Pape. “Hij zat helemaal met zijn hoofd in een afstudeerscriptie en zag hierin een ideale ontspanning. Toen dacht ik; zo is het ook. In de hectische tijd waarin we leven, kan zo’n oud ambacht voor jong en oud een uitlaatklep zijn.”

Die uitlaatklep heeft een hoger doel; goede klompenmakers creëren. Mensen die dit ambacht gaan liefhebben en het vervolgens kunnen overdragen op een volgende generatie. Maar hoe word je nu een goede klompenmaker? “Eén klomp maken is geen kunst”, zegt docent Jan Hendrikse. “Maar die tweede in spiegelbeeld, die moet exact hetzelfde zijn, dat is de kunst. En dat een klomp past, dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste. Daarom moet je binnenin een goed voetbed maken.”

Certificaat

Aan het eind van de lessenserie in februari wacht er voor iedere cursusdeelnemer een certificaat. Dat wil niet zeggen dat ze dan volwaardige klompenmakers zijn, want daarvoor heb je volgens de kenners zeker vijf jaar nodig. “En niet iedereen leert het”, zegt Hendrikse. “Je moet feeling voor hout hebben. Als dat er eenmaal in zit, is het net een virus. Ik doe dit 45 jaar en ik vind het nog steeds leuk.”