[Aalten]

Elk huishouden in ons land heeft minstens één product van Luva in huis, durft directeur Martin Lurvink te stellen. Hij leidt in Aalten dan ook het enige bedrijf in Nederland waar borstels en bezems worden gemaakt. Dat doen Lurvinks al minstens zes generaties, eerst als winterse ambacht, inmiddels machinaal en internationaal.

Tekst: Gerard Menting Foto’s: Roel Kleinpenning

Handstoffers, borstels en bezems, van het verfijnde halvemaantje, de schrobbezem met een zwart ankersilhouet in de vezels, tot de effectieve bezem van 1,20 meter breed om snel een sporthal schoon te vegen; ze komen allemaal uit Aalten. Je vindt ze terug in winkels en bouwmarkten, vaak met een eigen sticker of stempel erop. ”Net als de appelmoes komt het allemaal uit één fabriek”, glimlacht Martin Lurvink.

Geen stroom

Zijn familiebedrijf staat aan de Tweede Broekdijk in Aalten, waar ze ondanks enkele uitbreidingen alweer uit het jasje groeien. Ruimtegebrek is er al langer, onder meer hebben ze elders in Aalten nog een vol magazijn. Er wordt wel gedacht aan nieuwbouw maar dat is momenteel onmogelijk. “Er is geen stroom”, zegt Lurvink. “We kunnen wel een nieuwe hal laten bouwen, maar daar kun je niks beginnen omdat je vijf, zes jaar moet wachten op een stroomaansluiting.”

De geschiedenis van het bedrijf gaat terug tot het begin van de negentiende eeuw, blijkt uit onderzoek dat Martins echtgenote Odette verrichtte. In ieder geval vanaf 1821 kan uit akten vastgesteld worden dat de Lurvinks als borstelmaker de kost verdienden. Vader Jan, in 1782 getrouwd met Wilhelmina Wendrink, had tien kinderen waarvan vijf zoons later ook staan vermeld als borstelmaker.

Vermoedelijk was het beroep al langer in de familie, maar dat kan niet met akten worden gestaafd. Borstels maken was een ambachtelijke nijverheid, vergelijkbaar met weven en klompen maken. Dat gebeurde veel in de wintermaanden bij boerenfamilies, die dan niet op het land konden werken.

Borsteldynastie

In Aalten ontstond een ware borsteldynastie. Bernardus en Gerhardus hadden een maatschap, die later werd ontbonden waarna Bernardus de grondlegger van het huidige bedrijf werd. In 1861 is de borstelfabriek (op de splitsing Willemstraat-Hogestraat) voor het eerst genoemd bij het kadaster.

Martin kwam in 2009 na eerst onder meer in de zorg te hebben gewerkt bij zijn vader in het bedrijf. Na zijn vroegtijdig overlijden moest Martin op 24-jarige leeftijd al leiding overnemen. Met veel steun van onder meer zijn oom Frans, die inmiddels 40 jaar bij Luva werkt, slaagde hij daar glansrijk in. “Toen ik begon, hadden we 11 fulltime banen, inmiddels telt de totale onderneming met vestigingen in Cuijk en Sri Lanka 200 medewerkers.”

Een houten plankje met gaten waarin bosjes vezels worden verankerd, is een bondige omschrijving van het handige gebruiksvoorwerp. En als je er een steel aan maakt, heet de borstel een bezem. “Eigenlijk is er sinds de begintijd niets veranderd. Bezems zien er nog hetzelfde uit en worden nog steeds gebruikt voor het verplaatsen van vuil.”

Op bestelling

Het maken gebeurt nu alleen niet meer met de hand maar machinaal. In de productieruimte staan zes borstelmachines, door Lurvink samen met de machinebouwer ontwikkeld, die in een hoog tempo borstels afleveren. Hoeveel stuks op jaarbasis de fabriek verlaten is lastig te zeggen. “Dat wisselt, omdat we alleen op bestelling produceren.” De machine waar we bijstaan, maakt razendsnel bezems met de bekende bruine haren, de vezel bassine stalks. De machine krijgt het houten deel van de bezem aangevoerd en maakt daar tientallen gaatjes in. In de volgende fase worden plukjes vezel in het midden voorzien van een krammetje en in de gaatjes geschoten. Achteraan wordt het resultaat gekamd en geschoren.

Andere vezels die worden gebruikt, afhankelijk van het doel, zijn Chinees varkenshaar, kokos, paardenhaar en synthetische vezel. “Ieder heeft zijn eigen kenmerken, in een natte omgeving werk je niet met natuurvezel maar met kunststof”, geeft hij een voorbeeld.

Sri Lanka en Dubai

De kunststofvezels hebben gerecyclede PET-flessen als grondstof, al het hout heeft het FSC-keurmerk, geeft hij aan. Producten van goedkopere kwaliteit betrekt Luva van een fabriek met 160 werknemers in Sri Lanka, die inmiddels ook in eigendom is. “Daar ga ik binnenkort naartoe om machines te installeren die hier overbodig werden na de vernieuwing van het machinepark.”

Nog dit jaar opent Luva een derde fabriek in Dubai, waar alleen kunststof bezems en borstels worden gemaakt. In eerste instantie voor de lokale markt, maar het land heeft als groot voordeel dat voor export naar de Verenigde Staten geen importheffing betaald hoeft te worden. Daarnaast beschikt, de onderneming over een groothandel in Cuijk. “We leveren alles wat je nodig hebt voor de schoonmaak waar geen stekker aanzit en niet vloeibaar is”, omschrijft Lurvink pakkend het assortiment.

Hofleverancier

Dat ze midden in de Aaltense samenleving staan bleek onder meer in coronatijd. Mensen waren veel thuis bezig en dat was goed voor de verkoop van schoonmaakbenodigdheden. “Andere bedrijven ging het minder, we hebben toen sponsoring van verenigingen overgenomen”, geeft hij een voorbeeld. Ook brachten ze schoonmaakpakketten naar arme gezinnen. De sociale inslag is ook in het bedrijf te vinden, waar een team van acht cliënten met twee begeleiders van Estinea werkt.

Luva is een bedrijf met Achterhoeks karakter, vindt Martin. “Het product moet goed zijn, de klant moet tevreden zijn en we doen wat we zeggen”, typeert hij. Dat gebeurde lang in de luwte maar het 200-jarig bestaan werd vorig jaar gevierd en aangegrepen om een boek over de borstelfabriek uit te brengen. Bovendien kregen ze het predicaat Koninklijke Hofleverancier, dat ze met trots uitdragen.