[Achterhoek]

Scheidsrechters horen bij sport en het spelen van wedstrijden. In deze editie van De Achterhoekse Courant gaan we in gesprek met Jesper Sanders uit Doetinchem en Henja van Dinter uit Eibergen, twee bevlogen arbiters. Zij vinden arbitreren erg mooi en delen hun ervaringen.

Tekst: Remko Alberink Foto: Roel Kleinpenning

Jesper Sanders (22) laat het liefst doorspelen

Met zijn 22 jaar is Doetinchemmer Jesper Sanders nog een jonge arbiter, toch fluit hij al 9 jaar. “Ik denk dat ik met scheidsrechter zijn verder kom dan met voetbal.”

Als 13-jarig jochie floot Jesper Sanders bij voetbalvereniging Viod in Doetinchem zijn eerste potje. “Ik weet nog dat het een wedstrijdje van de F10 was destijds”, zo geeft de facilitair leidinggevende aan. “Fluiten is mij met de paplepel ingegoten, mijn vader is ook scheidsrechter.”

Jesper Sanders floot jaren bij de club waar hij ook voetbalde, en tevens zijn eerste scheidsrechterscursus kreeg. “Op een gegeven moment dacht ik: ‘Dat kan ik beter’, en toen ben ik ook voor de KNVB gaan fluiten. Soms had ik zelf om 11.00 uur een wedstrijd als speler, en floot ik daarna om 15.00 uur voor de KNVB. Dan was ik in de ochtend al bezig om mijn conditie zo goed mogelijk te verdelen, dat was niet goed. Daarom naderde ik op een bepaald moment het punt dat ik moest kiezen.”

De Doetinchemmer ervaart het niet als lastig dat de spelers die hij begeleidt soms even oud of ouder zijn. “Ik ken veel van die spelers, en zij kennen mij. Dat maakt het communiceren wel makkelijker. Ik hou van lekker doorspelen en plezier maken met zijn allen. Spelers waarderen mijn stijl van fluiten; als je volgens het boekje fluit, eindig je nooit meer met 22 man”, vertelt de arbiter vol passie.

De meest zinvolle tip die Jaspers in zijn loopbaan bij Scheidsrechtersvereniging Doetinchem en omstreken heeft gekregen is simpel. “Je moet jezelf blijven, dat is het allerbelangrijkste”, meent hij.

De jonge scheidsrechter werd opgepikt om aan een KNVB-talententraject deel te nemen. “Dat is heel leuk, ik floot landelijke jeugd. Voorwaarde voor dat traject is wel dat je senioren moet fluiten, zo ben ik ingestroomd op een niveau van tweede en derde klasse.”

Intussen heeft hij het talententraject voor dit moment achter zich gelaten. “Ik denk dat het te vroeg was. Laat mij eerst maar een paar jaar senioren fluiten. Verder heb ik mijn werk, ik leer nog en heb een vriendin.”

Zijn mooiste duel so far is de wedstrijd FC Groningen O19 – Ajax O19 geweest. “Dat was een bijzondere wedstrijd, en zeker als je dan nu ziet dat sommige spelers doorstromen naar Jong Ajax of zelfs Ajax 1. Kenneth Taylor speelde destijds in dat elftal. Ik vond dat wel bijzonder, de jeugd van een topclub te mogen fluiten. Voor mij was het ook mijn eerste jaar op dat niveau, en dan meteen zo’n wedstrijd.”

Met collega-arbiter en vader Frank Sanders bespreekt zoonlief elk duel na. “We bellen veel en hebben het dan over onze ervaringen.”

Sanders heeft een duidelijk beeld voor ogen. ”Ik wil geen politieman zijn op het veld. Hoe hoger je fluit, hoe makkelijker het soms is. Op hoog niveau zijn namelijk zelden onbewuste overtredingen. Hoe lager je komt, hoe vaker het een kwestie is van steeds beter moeten uitzoeken of een overtreding gemeen was of meer onkunde.”