[Hengelo]

Hij hoorde ze acht meter hoog in een boom, zag ze in de zon verkleuren van appelgroen naar goudgeel en bekijkt het landschap door de ogen van de meest sexy amfibie van de Achterhoek. Jan Stronks is boomkikkerdeskundige. Een uur na zonsondergang zoekt hij kwakende mannetjes.

Tekst en Foto: Feikje Breimer

De Europese boomkikker houdt net als zijn tropische familieleden van warmte. Het liefst zit hij te zonnen in een beschut hoekje en geniet wanneer de temperatuur oploopt tot boven de veertig graden. Jan Stronks heeft aan één blik genoeg om mijn kikkerpoel waar hij naast staat te beoordelen. “Deze poel ligt veel te veel in de schaduw, hij is rondom begroeid en dus kan het water in het voorjaar onvoldoende opwarmen. De eitjes hebben een watertemperatuur van dertig graden nodig om zich te ontwikkelen.”

Teleurgesteld kijk ik om mij heen, toen ik tien jaar geleden in het buitengebied van Hengelo kwam wonen, hoorde ik voor het eerst over de kleine groene kikkertjes. We groeven een kikkerpoel en lieten de braamstruiken groeien op de zandwal. Het insectenleven nam toe, egels verschuilen zich in de takkenwallen, de torenvalk en de steenuil namen de aangeboden nestkasten ogenblikkelijk in gebruik. Maar het geluid van boomkikkers ken ik alleen van het geluidsfragmentje dat te beluisteren is via de website van Ravon, kennisorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen.

Jan woont in Winterswijk en onderzoekt al ruim dertig jaar hoe het met de boomkikkers gaat in de Achterhoek. “Het begon als hobby, ik zocht allerlei amfibieën en zag in die periode ook hoe snel het natuurlijke leefgebied voor boomkikkers afbrokkelde; weidepoelen werden dichtgegooid, houtwallen verdwenen en bermen werden kaalgemaaid. Daar maakte ik mij zorgen over en daarom ben ik mij steeds meer gaan bezighouden met advisering. Ik ben nu werkzaam als adviseur Natuur en Landschap bij Staring Advies in Hoog-Keppel.”

Zoeken na zonsondergang

Jan gaat niet met een emmertje op pad om boomkikkers te vangen en te wegen. Halverwege april gaat hij een uur na zonsondergang op pad om de mannetjes te tellen. “Kek, kek-kek-kek, hoor je dan. Het eerste mannetje begint een half uur na zonsondergang en langzamerhand vallen steeds meer mannetjes in tot het een heel koor is. Tellen is dan een hele kunst. Allereerst moet je ze niet verstoren want dan houden ze in één klap op met kwaken. Ik ga naar gebieden toe waarvan ik weet dat daar boomkikkers leven en blijf eerst op een afstandje luisteren. Dan loop ik langzaam naar voren zodat ik de verschillende mannetjes kan horen én tellen. Soms tel ik er vijf of acht, maar er zijn ook plekken met meer dan honderd kwakende mannetjes.”

In 2016 bleek dat in de omgeving van het Roeterinksbroek bij Lochem alle boomkikkers snel verdwenen, ze kwamen alleen nog in het gebied van Staatsbosbeheer voor. Jan luidde de noodklok en ontving subsidie om 120 gebieden in de Achterhoek jaarlijks te onderzoeken en om particulieren in het buitengebied te adviseren over een boomkikkervriendelijke inrichting van hun land. Al blijft het lastig.

“We hebben weleens een prachtige poel laten uitgraven, netjes in de zon, houtwallen in de buurt en natuurlijk braamstruiken. Het eerste jaar hoorde ik vijf mannetjes kwaken en het jaar daarna twintig en toen ineens niets meer. We kwamen erachter dat iemand karpers in het water had losgelaten. Vissen zijn funest voor boomkikkers, die eten de eitjes op.”

Groene hummeltjes

Het liefst ziet Jan dat de boomkikkers zichzelf verspreiden. Uit onderzoek in Zeeland is gebleken dat boomkikkers in de loop van een seizoen zich ongeveer vijf kilometer kunnen verplaatsen. Maar dan moeten er wel routes zijn die geschikt zijn voor de wandeling die de groene hummeltjes dan moeten maken. Nog een reden waarom ik in mijn kikkerpoel in het buitengebied van Hengelo voorlopig geen boomkikkers hoef te verwachten.

“Zonder houtwallen, begroeide bermen en beschutte slootwallen kun je de verplaatsing wel vergeten. Een kaalgemaaide berm biedt veel te weinig schuilmogelijkheden. Hemelsbreed leven de dichtstbijzijnde boomkikkers op ’t Zelle. Ruim zes kilometer hier vandaan, zonder verbinding tussen deze poel en ’t Zelle kunnen hier geen boomkikkers naar toe komen.”

Jan heeft de afgelopen twee jaar vooral bewoners geadviseerd in gebieden die wel bereikbaar zijn voor de boomkikkers. Hij bezocht regelmatig erven ongevraagd. “Aan de inrichting kun je wel zien dat de bewoners geven om natuur. Vaak liggen er al takkenwallen of zijn er bosjes aangelegd. Iedereen vond het leuk dat ik langskwam en vaak wisten ze ook wel te vertellen dat er op die plek vroeger boomkikkers leefden. Als ik dan advies geef hoe ze met wat aanpassingen de boomkikker weer kans in hun poel bieden, zijn ze daarin geïnteresseerd.”

Jan bekijkt nog eens aandachtig mijn schaduwrijke kikkerpoel. “Ga hier van het voorjaar maar eens in het donker met een zaklamp in het water kijken. Het zou mij niet verrassen als je dan kamsalamanders aantreft!”