Column Gijs Jolink

Eind vorig jaar brachten we met ons gezin een bezoek aan het Civil Rights Institute in Birmingham in de Verenigde Staten. Ze vonden het een enorme eer dat we helemaal uit Holland kwamen. Het was indrukwekkend, iedereen die in de buurt is of het online wil bezoeken; echt een aanrader.

Het is een soort open geschiedenisboek over de Afro-Amerikaanse bevolking in de VS waar we lering uit kunnen trekken; je zou het qua les het Auschwitz van Amerika kunnen noemen. Als meer mensen dit museum zouden bezoeken, zou de Black Lives Matter-beweging, waar ik trouwens helemaal achter sta, niet meer nodig hoeven zijn.

Onze kinderen vonden het de eerste vijf minuten zeer interessant, maar toen begon de aandacht wat te verslappen. Ze gingen tikkertje doen door de gangen en toen moesten we er al een van schoot halen van een nagemaakte Rosa Parks, de eerste zwarte vrouw die weigerde op te staan in de bus. ‘Niet aanraken!’ stond er nog bij.

De suppoost schrok van deze heiligschennis en haalde de bewaking erbij. Veel ouders herkennen het misschien: je doet je best om je blagen onder controle te houden, maar het loopt juist uit de klauwen. De toch al zo beleefde Amerikanen vroegen eerst aan de kinderen, dat was vrij zinloos, en toen aan ons of ze iets rustiger konden doen. Ze hadden natuurlijk gelijk en ik beloofde dat het goed kwam, maar het kwam helemaal niet goed.

Bij de getoonde beelden, die zo heftig binnenkwamen dat iedereen er muisstil was, was het gedrag van onze jongens extra ongepast. Terwijl we op gedempte toon onze oudste twee toesisten: ‘En nu is het afgelopen. Normaal doen verdomme!’, had onze jongste de sleutel gevonden van een vitrine waar een KuKluxKlan-tenue in tentoongesteld was. Toen hij de glazen deur aan het openmaken was, kwamen de bewakers aansnellen. ‘Oh, no. No no no, sir!’

Dat was voor Jan het signaal om plankgas de benen te nemen, met de sleutel van het hakenkruizenpak. Toen was het rennen; iedereen. Alle bewaking en security waren opgetrommeld, maar omdat onze zoon zo klein was, paste hij onder de vitrines door waar de bewakers niet onderdoor konden. Een van de bewakers kreeg de sleutelbewaarder uiteindelijk te pakken, maar tot overmaat van ramp toonde Jan zijn white supremacy door de sleutel niet af te geven.

Nota bene op de plek waar de beweging wereldwijd bekend werd door zijn geweldloosheid waren we genoodzaakt om geweld te gebruiken om die sleutel weer af te pakken en terug te geven aan de hoofdbewaker. ‘Eh, sorry.’ ‘It’s ok, sir.’ Dr. Martin Luther King sprak ons op de achtergrond zowel vermanend als verzoenend toe. Een tijdloos wijze man, maar het werd nu hoog tijd om een deurtje verder te gaan.