[Vorden]

Een zware val met de mountainbike leek twee jaar terug een abrupt einde te maken aan alle sportieve plannen van Maik Maalderink (15) uit Vorden. Nu behoort hij opnieuw tot Nederlands grootste talenten in het trampolinespringen.

Tekst en Foto’s: Luuk Stam

Met een meervoudige schedelbasisfractuur en een driedubbele hersenbloeding lag hij aan het begin van de zomer van 2020 op de intensive care van het Radboudumc in Nijmegen. Tijdens een mountainbikerit met vrienden op Hemelvaartsdag was Maik Maalderink bij Lochem over de kop geslagen. Van alles wat er daarna gebeurde, kreeg de tiener zelf in eerste instantie vrijwel niets mee, maar zijn familie beleefde in het ziekenhuis zeer spannende dagen.

De nu 15-jarige Maik kwam erdoor, mocht na een week de IC verruilen voor de verpleegafdeling en begon aan een maandenlange revalidatie. Zijn herstel verliep zeer voorspoedig. Inmiddels doet hij weer aan wedstrijden trampolinespringen, maar dat was lange tijd niet vanzelfsprekend. “Ik moest helemaal opnieuw leren lopen”, blikt hij terug, zittend aan de keukentafel in zijn ouderlijk huis in het buitengebied tussen Vorden en Warnsveld. “Hoe het nu gaat? Hartstikke goed. Ik heb nergens last meer van.”

Brons

Zijn grote passie heeft Maik stap voor stap weer op kunnen pakken. Met succes: de leerling van het Vordense Kompaan College komt weer uit in de Nederlandse eredivisie van het trampolinespringen in zijn leeftijdscategorie. Onlangs behaalde hij bij het Dutch Trampoline Open in Alkmaar samen met leeftijdsgenoot Xabi Deeben een bronzen medaille bij het synchroonspringen achter duo’s uit Azerbeidzjan en Frankrijk.

Ook zijn moeder Martiene kan het bijna niet geloven. Waar haar zoon er zelf vrij nuchter in staat, denken zij en haar man nog vaak terug aan die dagen in het ziekenhuis, aan de slechtste momenten waarin elke vorm van een sportwedstrijd héél ver weg leek. “Maik heeft gewoon enorm veel mazzel gehad”, stelt ze. “En zijn doorzettingsvermogen heeft hem daarna zeker geholpen. Zijn rechtervoet deed in de periode na het ongeluk bijvoorbeeld nog niet goed mee. Hij is net zolang gaan trainen totdat die voet wel weer goed functioneerde.”

In die eerste weken was het voor zijn ouders ook vooral een kwestie van afremmen. Hun zoon was het liefst al na twee weken weer op de trampoline gesprongen. De verleiding was ook groot: er staan er hier maar liefst vijf in de achtertuin, waarvan één oude wedstrijdtrampoline. “Hij wilde zó graag”, blikt zijn moeder terug. “Maar het springen is natuurlijk behoorlijk belastend voor je hersenen, de impact van de sprong, die salto’s. Dat was lastig. En dan is hersenletsel een heel raar iets. Er was niemand die ons kon zeggen wanneer het weer kon.”

Topniveau

De liefde voor het trampolinespringen ontdekte Maik op 10-jarige leeftijd. Aanvankelijk deed hij aan voetbal, maar op die sport raakte hij uitgekeken. “We hadden hier in de tuin altijd al een trampoline staan, dat vond ik heel leuk, ik dacht: misschien kan ik daar wel mijn sport van maken”, vertelt hij. Via clubs in Zutphen en Apeldoorn kwam hij – al voor zijn ongeluk – bij Flik-Flak in Den Bosch terecht, waar trampolinetrainingen op topniveau te volgen zijn.

In de coronatijd vielen die trainingen stil. Om fit te blijven, begon Maik met mountainbiken. Bang is hij van zijn val niet geworden, het zit niet in zijn aard. “Bij trampolinespringen moet je ook geen hoogtevrees hebben”, zegt de jongeling, die in Den Bosch in een tien meter hoge hal traint. Hij houdt van de vrijheid die de sport biedt en van het jezelf steeds weer andere trucs eigen maken: dubbele salto, driedubbele salto, schroef erbij. “Soms doe ik per ongeluk een draai te veel. Dan zegt mijn trainer: ‘Goed zo! Eerst doen, daarna aan de netheid werken.’”

Nu reist Maik vier keer per week naar Brabant om te trainen. Vanaf volgend schooljaar zit hij op het Rodenborch College, een Topsport Talentschool in Rosmalen, vlakbij Den Bosch. Hij gaat er in een gastgezin wonen en acht keer per week trainen, verdeeld over zes dagen. Zijn doel? “Nog beter worden, de top in het trampolinespringen bereiken”, klinkt het stellig. “En uiteindelijk meedoen aan Europese kampioenschappen en wereldkampioenschappen. Ik ben nu nog jong. Als ik ervoor wil gaan, dan moet ik dat nu doen.”

Maik kan thuis in de achtertuin volop oefenen: er staan hier maar liefst vijf trampolines. Foto’s: Luuk Stam

Topsportstatus

Een extra moeilijkheid in deze is het feit dat het trampolinespringen in Nederland geen topsportstatus heeft. Dat betekent dat heel veel zelf bekostigd moet worden. “Wil je naar een EK, dan ben je zo 2.500 euro kwijt”, aldus moeder Martiene. “Het is een beetje het verhaal van Kimberley Bos, die op de Winterspelen brons pakte in het skeleton. Je moet alles zelf regelen en zonder sponsoren is het bijna niet te doen.”

De enorme ontwikkeling en de goede uitslagen van Maik motiveren om er de komende jaren toch vol voor te gaan. Al waren die uitslagen zeker voor moeder Maalderink lange tijd bijzaak. “Die eerste belangrijke wedstrijd na het ongeluk heb ik op de tribune wel een traantje weggepinkt”, bekent zij. “Ik keek naar hem en dacht alleen maar: goh, jongen, je staat hier weer.” Haar zoon, nuchter: “Tjah, ik vind het alleen maar heel leuk dat ik weer kan springen.”