[Sinderen]
De ogen van Lars Rossel (14) werken niet goed samen. Daardoor lijken letters in een boek te dansen. “Ook lijken hoge gebouwen heen en weer te zwiepen. En de plint aan het plafond van mijn kamer is steeds in beweging.” Sinds hij een speciale prismabril heeft, is er veel verbeterd.

Tekst: Miriam Szalata

Het heeft jaren geduurd voordat duidelijk was wat er met Lars aan de hand was. Toen Lars nog een klein kind was, waren er al zorgen. Op de basisschool bleek hij moeilijk te kunnen leren lezen, waardoor hij niet goed kon meekomen “Als ik moest voorlezen, zei ik iets heel anders dan wat er stond. Ik maakte er vaak een andere zin van”, zegt hij.

School deed er alles aan om Lars te helpen. Hij kreeg ondersteuning van een dyslexielogopedist, ging naar de hulpklas en kreeg in het DCD Centrum van het Roessingh in Enschede een onderzoek naar zijn motoriek en therapie. Uiteindelijk volgde in groep 5 een verwijzing naar het speciaal onderwijs, naar een school voor kinderen met spraak- en taalproblemen.

Taalontwikkelingsstoornis

Bij Lars is een taalontwikkelingsstoornis vastgesteld, maar zijn ouders Marc en Hermien Rossel hielden het gevoel dat er nog iets anders aan de hand moest zijn en zochten verder. Hermien bezocht een bijeenkomst in het Slingeland Ziekenhuis over lees- en oogproblemen, waar opticien Sven uit Ruurlo over speciale brillen vertelde. 

“We hebben een afspraak met hem gemaakt, zonder er iets van te verwachten”, zegt Hermien. “We hadden immers al zo veel geprobeerd. We dachten: baat het niet, dan schaadt het niet.” 

Bij Sven kreeg Lars een speciale bril op om een test te doen. De mond van zijn moeder viel open. “Lars las voor, meteen op de goede toon, echt zo’n verschil. Toen wist ik: dit is het.”

“Ik moest woorden voorlezen”, vertelt Lars. “Met die bril op las ik veel meer woorden en ook soepeler, met rustmomenten bij komma’s en punten.”

‘De glazen van zijn bril zijn blauw, waardoor de informatie sneller door zijn hoofd gaat’

De speciale bril is een prismabril, legt Hermien uit. “Die zorgt ervoor dat zijn ogen beter samenwerken en de informatie op een goede manier bij de hersenen binnenkomt. Lars is ook dyslectisch. De glazen van zijn bril zijn blauw, waardoor de informatie sneller door zijn hoofd gaat.” Ze maakt nadrukkelijk wel een kanttekening: “Dit werkt specifiek bij Lars. Niet dat alle mensen met dyslexie nu denken dat gekleurde glazen ook voor hen de oplossing zijn.” 

Rechte lijn

Voor Lars zag de wereld er ineens anders uit. “Niet langer bewoog alles om mij heen. De plint op mijn kamer bleek een rechte lijn”, zegt hij. Op school ging Lars met lezen sprongen vooruit. Zo zeer zelfs, dat het speciaal onderwijs niet meer bij hem paste. In groep 8 keerde hij terug naar het basisonderwijs en daarna ging hij door naar het Zone College waar hij nu vmbo kader volgt. “Het gaat me makkelijk af. Een paar vakken kan ik op een hoger niveau doen, maar Engels is lastig. Ik heb daarin een achterstand.”

Moeder Hermien is blij dat het goed is gekomen met Lars. “Het is zo’n succesverhaal.” Maar het is ook frustrerend hoe één en ander is gelopen, vindt ze. “We hebben zo gezocht, maar niemand wees ons op de mogelijkheid van zo’n test met die bril. Want niemand weet er wat van. Als bij Lars een paar jaar eerder was ontdekt wat het probleem was, dan had hij niet naar het speciaal onderwijs gehoeven.”

Omdat er onder de bril geen wetenschappelijke toetsing ligt, wordt deze niet vergoed door de verzekeraar. “Daarover maak ik me zorgen. Want misschien zijn er meer kinderen die baat hebben bij zo’n bril. Maar als ouders zo’n bril niet kunnen betalen, dan kunnen ze dus ook niet hun kinderen helpen.”

Helpen gekleurde glazen tegen dyslexie?

Sven Bonsel van Sven voor Ogen in Ruurlo ziet veel kinderen en volwassenen met leesproblemen. Nadrukkelijk stelt hij dat niet iedereen voordeel heeft bij gekleurde filterglazen. “Ongeveer 60 procent van de kinderen en volwassenen heeft er baat bij, 40 procent dus niet.”

Bij leesproblemen loopt de informatieverwerking in de hersenen niet goed genoeg. “We testen of dat beter gaat met een kleurenfilter. Kleuren hebben een bepaalde golflengte die de prikkeloverdracht in de hersenen kan versnellen. Als we personen hierop testen, weten we direct of het effect heeft of niet maar ook of het voor een meerwaarde bij het lezen kan zorgen. Bij het testen laten we het kind of de volwassene eerst zonder kleurenfilter woorden en zinnen lezen. Vervolgens doen we het testonderdeel met de bepaalde kleurfilter. Bij kinderen vragen we de ouders of ze meekomen, zodat ze kunnen horen of en wat het verschil is.”

Volgens Sven wordt de methode in Engeland al zo’n twintig jaar toegepast, maar in Nederland is er nog veel discussie en scepsis over. “Ik denk dat het desinteresse en gebrek aan kennis is.”