[Bredevoort/Doetinchem]
De in Bredevoort geboren Nout Wellink (76) – voormalig directeur van De Nederlandsche Bank – is tegenwoordig bewindvoerder van de Chinese staatsbank ICBC. Wij spraken hem in Doetinchem over onder meer de coronacrisis, cultuurverschillen met China en de herbestemming van de katholieke kerk in zijn Achterhoekse geboortestadje.

Tekst Eveline Zuurbier, Luuk Stam foto Eveline Zuurbier

Al voordat de coronacrisis in Nederland uitbrak, was Wellink geregeld te gast in televisieprogramma’s om met zijn ervaringen vanuit China te vertellen over de schok die het virus voor de economie in Europa teweeg zou gaan brengen. “Wij doen alsof we superieur zijn”, vertelt hij nu. “Maar we kunnen veel van China leren.”

Al voordat de coronacrisis in Nederland uitbrak, was Wellink geregeld te gast in televisieprogramma’s om met zijn ervaringen vanuit China te vertellen over de schok die het virus voor de economie in Europa teweeg zou gaan brengen. “Wij doen alsof we superieur zijn”, vertelt hij nu. “Maar we kunnen veel van China leren.”

Een gift van de bank, gestort op de rekeningen van alle mensen die vanwege de coronacrisis een moeilijke tijd doormaken. “Zoiets heb ik hier in Nederland nog niet gezien”, zegt Nout Wellink. “We roepen van alles over China, maar daar gebeurt dit wel. Het past bij de vorm van leiderschap daar. Je hebt de mensen nodig om een crisis als deze te boven te komen.”

”In een crisis is medemenselijkheid nodig.”

Het zijn drukke tijden voor de in Bredevoort geboren Wellink. Sinds december 2018 is hij niet-uitvoerend lid van de raad van bestuur van de Industrial and Commercial Bank of China (ICBC), de grootste staatsbank van het land. Vanuit zijn huidige woonplaats Wassenaar staat hij via teleconferenties veelvuldig in contact met het Chinese bankwezen. De geboren Achterhoeker houdt in crisistijd vast aan de boodschap die hij ook in Nederland uitdraagt: “Vooral niet in paniek raken en goed communiceren.”

Achterhoek

Tussendoor neemt hij de tijd voor een bezoek aan zijn geboorteregio, die vol zit met herinneringen uit zijn jonge jaren. Bij de herbestemming van de katholieke kerk in zijn geboortestadje Bredevoort kreeg hij de vraag om mee te denken. De boekenstad hierin onderdak geven, dat leek hem geen goed plan. “Die reactie vond men niet zo leuk, maar je moet het breder zien en naar de langere termijn kijken.”

Wellink komt graag terug in de Achterhoek. Omdat hij veel op pad moet, is het niet praktisch om hier te gaan wonen. Toch ervaart de econoom in deze regio de rust van waaruit hij de wereld meer overziet. “De mensen zijn hier minder competitief en trekken meer met elkaar op”, stelt de wereldburger vast. “De Achterhoeker is realistisch, betrouwbaar. Hij reageert minder snel, is minder jachtig. Ja, Nederland mag wel een beetje meer Achterhoek zijn.”

Hij vertelt het met een stralend gezicht, dat betrekt als het gaat over de economische gevolgen van de coronacrisis. Wellink maakt zich voor deze regio met name zorgen over het midden- en kleinbedrijf (MKB), waarin ruim de helft van de bevolking hier werkzaam is. “Het is de taak van de overheden en banken dat bedrijven blijven draaien”, stelt hij. “In crisistijd moet je eerst naar de zwakkere plekken in het economische systeem kijken.”

‘Nederland mag wel een beetje meer Achterhoek zijn’

Aanpak China

Toen de coronacrisis voor velen nog een ver-van-hun-bedshow was, zat Wellink er al middenin. Hij was op 23 januari – de dag dat de regio rondom de Chinese miljoenenstad Wuhan in complete lockdown ging – dan ook al een stuk bezorgder dan menigeen in de westerse wereld. “Als een land met epidemie-ervaringen als die van SARS dit soort maatregelen neemt, moet dat een alarmsignaal zijn dat je uiterst serieus neemt.”

In de maanden die volgden, schoot de aanpak in Nederland volgens Wellink dan ook tekort. Op de uitbraak in Brabant had in zijn ogen sneller en met bredere maatregelen gereageerd moeten worden. “De aanpak in China had toen al als voorbeeld moeten dienen”, stelt hij. “Men heeft niet in de gaten gehad dat Brabant heel dichtbevolkt is. En zou je het gebied op de kaart leggen, dan is het maar een stipje in het hele gebied in China dat een hele tijd volledig geïsoleerd van de buitenwereld heeft geleefd.”

Wellink is ervan overtuigd dat radicalere maatregelen nodig zijn om ook in de toekomst grote virusuitbraken onder controle te houden zolang er nog geen vaccin is gevonden.

“Je loopt dan wel het risico dat je te veel doet wat achteraf misschien niet nodig was en waarbij de regering het risico loopt vertrouwen te verliezen, maar als je het niet adequaat aanpakt, ben je te laat.”

De econoom trekt een vergelijk met de bankencrisis van 2008. “We zagen dat er iets misging en we dachten dat we dat met ons traditionele instrumentarium – dat van protocollen en draaiboeken – wel zouden kunnen oplossen”, blikt hij terug. “Dat volstaat niet altijd. Als er een échte crisis op je afkomt, moet je luisteren naar wetenschappers, zoveel mogelijk kennis bij elkaar brengen en direct handelen.”

‘Als er een échte crisis op je afkomt, moet je luisteren naar wetenschappers’

Cultuur

Toch zal niemand hier snel zeggen dat de Chinese aanpak beter was. Wellink haalt dan ook uit als het gaat over de houding van vele westerse landen jegens China. “Wij doen alsof we superieur zijn, het morele gelijk hebben, maar we kunnen heel wat van ze leren. Je kan een tekort aan mondkapjes, testen en ziekenhuisbedden niet verhullen met geleidelijk opschalen en de gedachte dat de crisis hier minder hard zal toeslaan omdat we rijk zijn.”

Zelf leerde Wellink in ieder geval veel van de Chinezen. “Ik kijk sinds ik met ze werk met heel andere ogen naar de wereld om ons heen”, vertelt hij. “Ik krijg apps van mensen uit China waarin ze me voordat ze tot de kern van hun verhaal komen eerst vragen: ‘Meneer Wellink, hoe gaat het met u?’ En vervolgens voorzien ze mij van tips om uit het gevaar te blijven. Iedereen in China is ervan doordrongen: in een crisis is medemenselijkheid nodig.”