[Ruurlo]

Ooit hopen de broers Reinderink uit Ruurlo samen te schitteren in de grootste wielerwedstrijden ter wereld. Ze zijn flink op weg. Na Pepijn (19) maakt nu ook Joris (18) de overstap naar de opleidingsploeg van DSM, de opstap naar de profs.

Tekst en Foto: Luuk Stam

Ze zijn Achterhoeks nuchter, maar tegelijkertijd vol ambitie. De broers Pepijn en Joris Reinderink – per 1 januari allebei lid van het Development Team DSM – steken hun doelen niet onder stoelen of banken. Natuurlijk zou het mooi zijn om ooit deel te nemen aan de Tour de France. “Maar als we ’m rijden, dan zal dat niet alleen zijn om mee te doen”, klinkt het aan de keukentafel in Ruurlo. “Dan willen we ’m winnen ook. Dat idee hebben wij allebei heel sterk. We willen de beste worden.”Graag kijken ze dan ook naar andere succesvolle broers in het wielrennen. Luxemburgers Frank en Andy Schleck behoorden in het verleden tot de besten ter wereld. In het huidige peloton zijn er onder anderen de Britse broertjes Simon en Adam Yates. “Toen ik bij de opleidingsploeg kwam, dacht ik direct: wat zou het mooi zijn als Joris hier ook naartoe komt.”, vertelt Pepijn. “Dat is nu gelukt. De volgende stap is samen prof worden. En daarna: samen winnen.”

Of de broertjes Reinderink straks net zulke hoge ogen gooien als de Schleckjes en de Yates-brothers? “Als je ziet hoeveel stappen wij per jaar maken, dan denk ik dat we heel veel kunnen bereiken”, zegt Joris. “We komen nu in een goede ploeg om onszelf verder te ontwikkelen.” Pepijn voegt toe: “Je moet die ambitie hebben. Als je geen ambitie hebt, kun je beter stoppen.”

Klimwerk

Niet voor niks kozen ze eerder voor de Belgische ploeg Acrog-Balen BC. Ze kregen er de kans om als junior al grote wedstrijden te rijden. Wat ook meespeelde: de veelal vlakke Nederlandse koersen zijn de gebroeders Reinderink niet per se op het lijf geschreven. Allebei zijn ze zo’n 1.80 meter lang en licht van gewicht. Geef hen gerust een flinke portie klimwerk. “Ook de wat kortere klimmetjes in België liggen ons goed”, vertelt Pepijn. “En als een wedstrijd zwaar is geweest en er een klein groepje renners overblijft, dan hebben wij het gevoel dat we komen bovendrijven.”

Dit seizoen beleefde Pepijn in de kleuren van DSM zijn mooiste dagen in de beloftenwedstrijd Giro della Valle d’Aosta in Italië. Hij reed er weliswaar in dienst van zijn Italiaanse ploeggenoot Gianmarco Garofoli, maar kon eindelijk laten zien wat hij waard was in de bergen. “Ik heb daar de ballen uit m’n broek gereden”, vertelt de Ruurloër. “Gianmarco eindigde als tweede in het klassement. De ploeg was heel tevreden over mijn werk. Dat voelde erg goed.”

Waar de oudste van de twee broers komend seizoen ook voor zijn eigen kansen hoopt te mogen rijden, weet de jongste dat hij zich in eerste instantie vooral in dienst zal moeten stellen van de oudere en sterkere renners in de ploeg. “Dat vind ik ook helemaal niet erg”, vertelt Joris. “Als ik ergens 100 kilometer op kop moet rijden, dan doe ik dat. Het hoort bij het grotere plan. En daarbij: wielrennen is een teamsport. Als team winnen is ook mooi.”

Campus

Vanaf begin volgend jaar delen de broers Reinderink doordeweeks een appartement op de campus van de DSM-wielerploeg in Sittard, een ideale uitvalsbasis voor de trainingen in de Limburgse heuvels. Het leven van de Ruurloërs staat ook nu al geheel in het teken van het wielrennen.  “Volledige commitment”, zegt Pepijn stellig. “We hebben het gevoel dat dit onze kans is”, vult Joris aan. “Die moet je niet laten schieten.”

Toch moeten ze er allebei heel wat voor laten. “Je hele sociale leven aan de kant zetten, dat is het moeilijkste geweest”, zegt Joris. “Wat meehelpt, is dat ik het samen met Pepijn doe. Als hij bij wijze van spreken ieder weekend in de kroeg zou staan, dan zou het anders zijn.” De oudste van de twee vult aan: “Joris en ik kunnen ook over van alles praten, hebben dezelfde humor. En er is altijd iemand in de buurt die je volledig kunt vertrouwen. Dat is heel fijn.”

Het was vader Ron die zijn zoons de wielersport deed ontdekken. In eerste instantie kozen Pepijn en Joris voor het voetbal, maar stapje voor stapje ontstond ook bij hen de liefde voor de fiets. Op vakantie in Frankrijk fietsten ze samen met hun vader grote Alpencols omhoog. Nu is het in huize Reinderink volledig wielrennen dat de klok slaat. Zelfs de hond doet mee. Die heet Wiggo, vernoemd naar de Brit Bradley Wiggins, Tourwinnaar in 2012.

Achterhoekers

Dat de broers straks veel van huis zijn, betekent zeker niet dat ze hun thuisstreek zullen vergeten. In de profploeg van DSM treffen ze een streekgenoot in de persoon van Zelhemmer Joris Nieuwenhuis. En met Robert Gesink (Varsseveld), Koen Bouwman (Ulft) en Gijs Leemreize (eveneens uit Ruurlo) is de regio toch al rijk vertegenwoordigd in het profpeloton. “Wij zijn er ook trots op dat we Achterhoekers zijn”, zegt Pepijn. “En als wielrenner kun je de regio op de kaart zetten, dat is toch prachtig?”

De kerst vieren de broers met familie in Ruurlo. Voordat het zover is, staat er eerst voor zowel Pepijn als Joris nog een negendaags trainingskamp in het Spaanse Calpe op het programma. Ze houden van het fietsen in Spanje. Het is er bijna altijd lekker weer en de wegen lopen er veelal omhoog, vaak ook kort en steil. “De Vuelta, die zouden we in de toekomst daarom ook wel heel graag willen rijden”, klinkt het. “En ja, dan willen we ook daar winnen.”