[Hengelo]

Een uit de hand gelopen hobby, zo mag het wegraceteam Performance Racing Achterhoek met de thuisbasis in Hengelo wel worden genoemd. Ooit ontstaan vanuit de racecarrière van Tonny Wassink (60), nu neemt zoon Arno (25) een steeds groter deel van het werk over in het team, dat alsmaar professioneler wordt.

Tekst en Foto’s: Luuk Stam

Er zijn weken dat Arno Wassink iedere avond tot bijna middernacht staat te sleutelen aan racemotoren. Soms zijn het grote reparaties, soms de laatste stukjes afstelling, die ervoor moeten zorgen dat de machines nog net een beetje sneller gaan. Voor de duidelijkheid: het gaat hier om een hobby, Wassink junior heeft er op zulke avonden al een volledige werkdag als automonteur opzitten. “Ik moet eerlijk bekennen: dat soort momenten, dat je zo laat nog in je eentje aan de gang bent, dat is niet altijd even leuk”, vertelt hij. “Maar als de jongens dan in het weekend weer op het podium staan, dan is het dat allemaal waard geweest.”

De jongens, dat zijn de drie coureurs van het team Performance Racing Achterhoek: Virgil-Amber Bloemhard uit het Betuwse Andelst, Jorn Hamberg uit het Drentse Dalerveen en Ilja Caljouw uit Bovensmilde, niet ver van het TT-circuit van Assen. De basis van dit team ligt in Hengelo, het dorp van circuit de Varsselring. Daar waar Tonny Wassink tijdens de jaarlijkse wegraces eind jaren negentig en begin deze eeuw een vertrouwd deelnemer was in de inmiddels verdwenen 250cc-klasse. Aan het eind van zijn actieve racejaren ontstond een eigen team, dat is uitgegroeid tot één van de grootste wegraceteams van Nederland.

Vader en zoon Wassink in de tent van het team Performance Racing Achterhoek tijdens het raceweekend op de Varsselring in Hengelo.

IRRC-kampioenschap

Het team doet mee in het International Road Racing Championship (IRRC). Hamberg en Caljouw rijden in de Supersport-klasse, Bloemhard doet mee bij de Superbikes, met zwaardere en dus snellere motoren. In beide klassen zijn er twee races per IRRC-weekend. Het kampioenschap telt zes raceweekenden in vijf verschillende landen. Vanaf komende maand gaat het achtereenvolgens naar Schleiz (Duitsland), Imatra (Finland), Chimay (België), Horice (Tsjechië) en afsluitend in september naar Frohburg, opnieuw in Duitsland.

De aftrap van het seizoen vond begin deze maand zoals elk jaar plaats op de Varsselring in Hengelo. Het is de thuiswedstrijd voor het team van vader en zoon Wassink. “En dat eerste raceweekend is altijd weer een graadmeter”, stelt Arno Wassink, die met het team in het voorjaar sinds enkele jaren naar Spanje trekt om te testen. Begin dit jaar ging het naar het  Grand Prix-circuit van Aragon, de drie coureurs reden er elk zo’n 600 trainingskilometers.  

Het is een welhaast professionele aanpak. Ook de motoren ogen als ultieme racebeesten, compleet met snelle looks. Al is de echte winst onder die kappen te behalen, daar waar de techniek zich ook alsmaar verder ontwikkelt. “De IRRC-competitie wordt steeds professioneler”, aldus Wassink junior. “Als je serieus mee wil blijven doen, dan moet je daarin mee. Door vroeg in het seizoen in Spanje met mooi weer te testen, heb je meer tijd om je voor te bereiden op de eerste races. Al kom je er pas in Hengelo achter waar je staat.”

Gemengde gevoelens

Op de Varsselring wordt begin mei duidelijk dat Jorn Harmberg en Ilja Caljouw er erg goed voor staan. Hamberg wint beide races, Caljouw wordt twee keer derde. Voor het team is het een mooie eerste stap richting het grote doel: met één van deze twee rijders het kampioenschap pakken in het IRRC Supersport. In het IRRC Superbike eindigt het Hengelose weekend voor Virgil-Amber Bloemhard in mineur. In de eerste race van het weekend eindigt hij als vijfde, in de tweede race komt hij ten val.

Een weekend met voor het team dus gemengde gevoelens, zoals er bij de raceweekenden vaak heel wat wisselende emoties komen kijken. “We krijgen nogal eens te horen dat we niet al te blij kijken als we in de pitstraat staan”, vertelt Arno Wassink. “Maar dat is allemaal spanning”, stelt vader Tonny. Zoon Arno: “Tijdens de races zitten we er helemaal in. Samen met de jongens hebben we de motivatie om te winnen. Daar doe je alles voor.” Vader Tonny: “Na de races, als de druk eraf is, dan komt die glimlach vaak echt wel terug. We hebben veel schik met elkaar.”

Wassink-truck

De thuisrace zit erop, vanaf nu gaan de mannen verder Europa in. Het reizen doen ze nooit alleen. De nieuwe ‘Wassink-truck’ – een in de coronatijd omgebouwde koelvrachtwagen – heeft tien slaapplekken. Naast monteurs zijn er chauffeurs en een kok, allemaal vrijwilligers. “Het met elkaar op pad zijn, dat is al zo mooi, je maakt onderweg van alles mee”, vertelt Arno Wassink. “Iedereen die meegaat, vindt het ook prachtig”, vult zijn vader aan. “Je komt op heel veel plekken. Dat zeggen ze ook vaak. Zo van: ‘Als jij nooit was gaan racen, dan was dit team er nooit gekomen, dan hadden wij hier nu niet gezeten.’”

Tonny Wassink is trots op zijn team, maar als zoon Arno niet de wens had uitgesproken om het geheel voort te zetten, dan was de kans groot geweest dat zijn vader er al mee gestopt was. De jaren gaan tellen en het runnen van een dergelijk raceteam vraagt veel energie. Inmiddels doet Arno Wassink – zo schatten de twee in – al zeker driekwart van het werk. “Met veel plezier”, zegt hij. “Ik vind het leuk om met de techniek bezig te zijn en de sport vind ik gewoon heel mooi.” Zijn vader hoort het met een glimlach aan: “Dat Arno het oppakt, dat mensen ons blijven steunen en dat het team verdergaat, dat vind ik prachtig.”