Column Sjoerd Weikamp

Ook al komt mijn moeder uit de Broekstraat in Hummelo en is mijn vader geboren en getogen in Doetinchem, toch ben ik het Achterhoeks dialect eigenlijk niet echt meester. Maar ik vond het wel altijd al machtig mooi, die eigen taal. Vooral onze oneliners. Of zoals ze in de Achterhoek zeggen van die heule korte gesprekk’n.

Nadat mijn favoriet Vaak bu-j te bange het schopte tot thema van de Zwarte Cross, heb ik de mooiste herinnering aan Soez ‘m in de peppels. Door dat ene voorval verreweg mijn favoriete eenzinner.

Het is inmiddels al weer bijna 10 jaar geleden. Ik nam Harry de Winter, goede relatie van mijn bedrijf eventbranche.nl, mee naar De Vijverberg. Niet Harry van de boeken, nee Harry de evenementen- en vooral de Ajax-man.

Harry zat naast me op De Vijverberg. Nadat hij ouderwets vriendelijk was ontvangen, en in no time 20 Superboeren had leren kennen én zijn twee handen gebruikte waar ze in de Achterhoek tijdens een wedstrijd van De Graafschap voor bedoeld zijn, twee bier vasthouden, was hij er echt eentje van ons geworden.

Harry wilde snel integreren en vroeg wat hij kon roepen om De Graafschap aan te moedigen. Ik vertelde hem dat ik ooit op de tribune geleerd had dat als Jantje Vreman onder druk werd gezet als centrale verdediger, dat je dan keihard ‘Jan, soez m in de peppels’ moest roepen, om ‘m te helpen. En dat Jan dan meteen de bal het stadion uitschoot, de bomen in. De kans was anders te groot dat het tot balverlies en een tegentreffer zou leiden.

Ik legde Harry uit dat voor de echte Superboeren Vreman een enorm icoon en symbool is van onze club. Misschien juist wel omdat hij ‘m echt de populieren inschoot als het effe niet anders kon. Jan is een cultheld, en een cultheld is bij ons dé held. ‘Wie is dat dan nu in dit team?’, vroeg Harry mij toen.

Vijf minuten later zag Rogier Meijer zichzelf opeens op de rand van de eigen zestien in balbezit. Niemand in de buurt en opvallend stil op De Vijverberg. Harry zag dit als zijn ultieme integratiemoment. Met z’n mooie kale kop, 100 kilo en 1,60 meter lang stond hij op: ‘Hey, Rogiertje! Suiz ‘m in de populieren man’, schreeuwde hij uit volle borst in plat Amsterdams.

De Superboeren om hem heen, die destijds lachend naar hem keken, hebben nog contact met hem. En Rogier? Die koos die dag, dat moment, voor tijdwinst en terreinwinst door na Harry’s aansporing, de bal 50 meter verderop de zijlijn over te schieten. Daar waar vroeger de peppels stonden.

Oh en Harry? Die volgt nog altijd iedere wedstrijd van De Graafschap, op afstand. Een Amsterdamse Achterhoeker.