‘Steeds minder mensen kunnen het verhaal doorvertellen’

[Doetinchem]

Inmiddels is het ruim 75 jaar geleden dat Nederland is bevrijd. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog liggen ver achter ons. De noodzaak om te blijven praten over wat er destijds is gebeurd en welke lessen wij daaruit in 2021 nog kunnen leren blijft , vindt Doetinchemmer Henk Ankoné. Hij dook in de geschiedenis van zijn familie.

Tekst: Walter Hobelman  Illustraties: Archief familie Ankoné

“Mijn vader praatte bijna nooit over zijn oorlogstijd”, vertelt Ankoné. “Mijn moeder vertelde meer en zij gaf mij na het overlijden van mijn vader een doos met allerlei voorwerpen die mijn vader had bewaard. Het triggerde mij en ik ben op zoek gegaan naar het verhaal dat erbij hoorde.” Ankoné heeft dat verhaal vorig jaar opgeschreven en gedeeld met de jongere generaties in zijn familie. “Ook in deze tijd is het belangrijk dat we blijven nadenken over vragen als: ‘Wat zou ik doen als ik in een soortgelijke situatie terecht kom? Welke keuzes zou ik maken en waarom?’

In verzet na nederlaag

Herman Ankoné wordt geboren in 1918 in Oldenzaal. Tijdens de mobilisatie in 1939 wordt hij opgeroepen voor militaire dienst en wordt gelegerd op de Grebbeberg. Daar maakt hij de vreselijke strijd mee in de meidagen van 1940. “Wat hij daar toen heeft meegemaakt, heeft zo diep ingegrepen in het leven van pa dat hij er nadien vrijwel nooit met ons over heeft willen spreken,” vertelt zijn zoon Henk. “Mijn vader had een hekel aan oorlogsfilms. Als wij daar vroeger thuis op de tv naar keken, zei hij: Zet die rotzooi toch af en kijk naar iets positiefs!
Na de capitulatie in mei 1940 kwam Herman terecht bij de marechaussee en werd gestationeerd in Zuid-Limburg. Daar sloot hij zich aan bij het verzet.

‘Dit mag ons nooit meer overkomen’

“Ik denk dat die smadelijke nederlaag op de Grebbeberg hem gemotiveerd heeft om in het verzet te gaan”, zegt Henk. Als marechaussee had Herman de gelegenheid op plaatsen te komen waar anderen niet mochten komen. “Overdag deed hij dus ogenschijnlijk gewoon zijn werk, maar daarna speelde hij alle relevante informatie door naar het verzet en was er zelf actief bij betrokken.” Henk heeft zijn vader ooit gevraagd waarom hij in het verzet is gegaan. “Hij zei dat hij toen jong en vrijgezel was en dat verzetswerk kon doen zonder daarmee familie en een gezin in gevaar te brengen.”

Begin 1944 wordt hij overgeplaatst naar de gemeente Bergh. Ook daar werd Herman snel actief in het verzet. Wat dat verzet inhield, kwam pas aan het licht toen zoon Henk, na het overlijden van zijn vader, de eerder genoemde doos opende. Daar trof hij bijvoorbeeld een hoge Franse onderscheiding in aan, het ‘Croix de Guerre’, met een door generaal Charles De Gaulle ondertekende oorkonde.

“Mijn vader was lid van een ondergronds netwerk dat talloze gestrande geallieerde piloten uit handen van de Duitsers heeft gehouden om hen via Frankrijk weer terug te laten keren naar Engeland.” Ook vond Henk een door de Amerikaanse generaal Dwight D. Eisenhower ondertekende oorkonde in die doos en een bedankbrief van prins Bernhard, destijds bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Vader Herman heeft die buitenlandse onderscheidingen nooit gedragen. “Hij droeg altijd alleen het oranje/groene draaginsigne behorend bij het oorlogsherinneringkruis, dat hem na de oorlog is verleend voor zijn deelname aan de slag om de Grebbeberg. Waarschijnlijk wilde hij daarmee het signaal afgeven ’dit mag ons nooit meer overkomen’.”

Jong keuzes maken

Tijdens zijn verzetswerk in Beek en omgeving verblijft Herman een tijdje op de boerderij van de familie Berndsen in Loerbeek. Daar leert hij dochter Marietje kennen, die als koerierster betrokken was bij het verzetswerk. Eind 1944 verloofde het stel zich en een paar maanden na de bevrijding zijn ze getrouwd.

“Wat mij frappeert”, vertelt Henk, “is dat ze op jonge leeftijd al levensbepalende keuzes moesten maken en daarbij gigantische risico’s durfden te nemen. Neem nou Wim Moorman uit Beek, vriend en strijdmakker van mijn vader. Hij sloot zich als 18-jarige aan bij de verzetsgroep Beek en werd op 19-jarige leeftijd door de Duitse bezetter bij een vergeldingsactie in Dokkum gefusilleerd. In die korte tijd hielp Wim honderden Nederlanders die voor de Duitsers in de Liemers dwangarbeid moesten verrichten aan valse papieren zodat ze weer naar huis konden, bezorgde hij tientallen stakende spoorwegarbeiders een onderduikadres en zorgde dat zij een uitkering uit de stakingskas kregen, hij stal wapens van de Duitsers en deed mee aan een overval om medestrijders te bevrijden en hielp het verzet aan net zo veel vervalste persoonsbewijzen als ze nodig hadden. Deze jongeman verdient een standbeeld in Beek!”

Dat is een reden waarom Ankoné het verhaal naar buiten wil brengen. “Destijds was ongeveer vijf procent van de bevolking actief betrokken bij het verzet”, weet hij te vertellen. Het grootste deel van de bevolking was bezig met overleven en bood slechts lijdelijk verzet. “Mijn vader vertelde me eens dat hij er wel begrip voor had dat een kostwinner van een gezin met een stuk of vijf kinderen zich tijdens de oorlog gedeisd hield. De risico’s in het verzet waren best groot.” Desondanks steunden veel Nederlanders het verzet bijvoorbeeld door geld en goederen te doneren waarmee onderduikers en gezinnen van stakers werden geholpen.

Lessen voor nu

“Wij hebben veel te danken aan die mensen die destijds wél het lef hadden om op te staan en we mogen er een voorbeeld aan nemen”, vindt Henk. “Maar kijk, de huidige coronacrisis stelt ons voor grote morele dilemma’s en vraagt om flinke opofferingen en ook nu is er een kleine groep mensen die onbaatzuchtig het risicovolle werk opknapt”, zegt Ankoné en verwijst daarbij naar de mensen op de werkvloer in de zorg.

Voor mijzelf heb ik een paar lessen uit de geschiedenis van mijn ouders getrokken”, vertelt Ankoné. “Zo vind ik bepaalde principes niet onderhandelbaar, zoals het beginsel dat in Nederland iedereen voor de wet gelijk is. Als ik in de berichtgeving over de toeslagenaffaire lees dat uitvoerende ambtenaren mensen met bepaalde achternamen op de korrel namen en harder aanpakten, dan denk ik eraan dat de vervolging van Joodse Nederlanders en andere minderheden destijds ook zo begonnen is. En als het verweer van die ‘overheidsdienaren’ van hoog tot laag is dat ze het niet hebben geweten en ook maar gewoon deden wat hen werd opgedragen, dan hoor ik de echo van Wir haben es nicht gewusst en Befehl ist Befehl. Mijn vader zou zeggen: ‘die lui hebben last van slijtage aan hun benul’.”

Doorvertellen móét

Een andere les is dat we de verhalen over de tweede wereldoorlog moeten blijven doorvertellen. “De jongere generaties kennen de oorlog alleen maar van horen zeggen. Degenen die de oorlog zelf hebben meegemaakt, sterven langzamerhand uit en de groep daar direct onder, mensen van mijn leeftijd dus, neemt ook af. Iedere generatie moet het eigen morele kompas, dat ons helpt bij beslissingen over grote en kleine levensvragen, weer opnieuw afstellen. Om het gesprek daarover met jongeren op gang te houden, kunnen verhalen als die over mijn ouders in oorlogstijd wellicht helpen.”

Henk Ankoné.

Doos met spullen

Henk Ankoné (70) is geboeid geraakt door het verhaal van zijn vader en moeder, die elkaar in de Tweede Wereldoorlog in het verzet hebben leren kennen. Zijn moeder gaf hem na het overlijden van zijn vader een doos met spullen die hij uit de oorlog had bewaard. Henk is op zoek gegaan naar het verhaal daarachter, want zijn vader zelf sprak er zelden over. Henk is gepensioneerd docent aardrijkskunde en gaf onder andere les op het Ludger College in Doetinchem. Tegenwoordig verblijft hij een aantal maanden per jaar op de Filipijnen (Henk is getrouwd met een Filipijnse vrouw), waar hij vrijwilligerswerk doet voor een onderwijsfonds voor kinderen. De rest van het jaar woont hij in Doetinchem.