Halle-Nijman

Het praten van de streektaal in de zorg heeft enorme meerwaarde, zo bleek onlangs uit onderzoek. Daar zou op een zorgopleiding in de regio dan ook meer aandacht voor moeten zijn, vindt Luuk Jaaltink (24) uit Hengelo. Hij is zorgstudent, zorgverlener én fervent gebruiker van het Achterhoekse dialect.

Tekst: Luuk Stam Foto’s: Roel Kleinpenning

Ze kunnen het erg goed met elkaar vinden, de 24-jarige Hengeloër Luuk Jaaltink en de 85-jarige Daan ‘uut Terborg – liever geen achternaam.’ Als de jonge verzorgende en de veel oudere Terborgenaar met elkaar praten, gaat dat altijd in het dialect. “Luuk proat alderbastend goed plat”, zegt die laatste daarover. ”Af en toe geet ‘t een betjen onwies, moar dat mek niet uut. Da’s Achterhoeks, dat mot kunnen. Dat doe’k zelf ook.”

Iedere dinsdag en donderdag treffen ze elkaar hier, in de voormalige basisschool in Halle-Nijman, waar dagbesteding De Zonnewijzer is gevestigd. Ze maken samen een wandeling, doen spelletjes, zijn zomers actief in de tuin. En steevast is het Achterhoeks de onderlinge voertaal. Of de Terborgse tachtiger dat fijn vindt? “Joa, ik vind dat veel leuker as dat Hooghollands”, zegt Daan. “Met het Achterhoeks bun’k grootgebracht.”

Uitzondering

Dat geldt voor veel van de zo’n dertig ouderen, die hier dagelijks in Halle-Nijman naar de dagbesteding komen. Van de zorgmedewerkers die hier werken, spreekt het grootste deel ook een aardig woordje dialect. Maar dat Jaaltink – de enige twintiger in het gezelschap – ook zo vaardig is in de streektaal, dat is binnen zijn generatie uitzonderlijk te noemen. “In mijn klas ben ik de enige”, vertelt de zorgstudent van het Graafschap College in Doetinchem. “Het zou echt goed zijn als hier op zorgopleidingen in de regio meer aandacht voor komt.”

Dat het gebruik van streektaal in de zorg belangrijk is, bleek onlangs ook uit onderzoek van het Meertens Instituut, een instituut dat zich bezighoudt met taal en cultuur in Nederland. De onderzoekers concludeerden dat het voor mensen die het gewend zijn om in een dialect te praten, fijn voelt om ook in die taal te worden aangesproken. Dat gevoel is volgens de onderzoekers nog eens extra sterk op het moment dat diegene zorg nodig heeft, bijvoorbeeld in de thuiszorg, bij de huisarts of in het ziekenhuis.

De uitkomsten van het onderzoek verbazen Jaaltink niks. “Als je in het Achterhoeks met elkaar praat, dan is er een soort herkenning, een identiteit, maar ook een bepaalde mentaliteit die je deelt”, stelt hij. “Je begrijpt elkaar beter, voelt elkaar veel beter aan. Ik vind dat hartstikke belangrijk. Helemaal als je het hebt over ouderen uit de regio, die dementie krijgen. Vaak zijn ze door de jaren heen ABN gaan praten, bijvoorbeeld vanwege hun werk. Maar door die dementie gaan ze achteruit, komen ze weer in die beginfase en komt dat plat praten terug. Wanneer je dan samen een gesprek in het Achterhoeks hebt, merk je ook weer die herkenning. En dat het die mensen een vertrouwd gevoel en daarmee heel veel rust geeft.”

Symposium

Dan de vraag: hoe kun je ervoor zorgen dat er in de toekomst Achterhoeks gepraat blijft worden in de zorg in deze regio, terwijl een groot deel van de jongere generatie de streektaal niet machtig is? Dat was deze maand één van de belangrijkste kwesties tijdens het symposium Streektaal in de Zorg, dat het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL) op het Graafschap College organiseerde. Jaaltink was er één van de hoofdgasten.

Hij hoorde hier onder andere dat het Erfgoedcentrum hard bezig is om de kennis van de Achterhoekse taal onder de jeugd met ambities in de zorg bij te spijkeren, ook al is het maar een klein beetje. “Soms zijn het maar hele kleine dingetjes die het ijs tussen zorggever en zorgontvanger kunnen breken”, stelt Diana Abbink, projectleider Streektaal van het ECAL. “Bijvoorbeeld doordat je een woordje of zinnetje in het plat probeert te zeggen.”

Het Erfgoedcentrum bracht daarom recent het vertaalgidsje Eerste Hulp bi-j Plat Praoten uit. Dat boekje is sinds kort gratis verkrijgbaar voor zorginstellingen en is een succes. Ook is er een samenwerking tussen het ECAL en het Doetinchemse Graafschap College gestart voor het geven van streektaallessen aan zorgstudenten. Deze les komt ook beschikbaar voor werknemers van zorginstellingen.

Streektaalmuziek

In die lessen is eveneens aandacht voor streektaalmuziek. Dat kan volgens Jaaltink zeker helpen. “Zo is het bij mij ook ooit begonnen”, vertelt hij. “Mijn opa had een cd van Normaal. Die ben ik als kind veel gaan draaien. Ik vond het zo machtig mooi, die muziek en die taal. Daardoor ben zelf steeds meer plat gaan praten. En ik luister nog altijd veel dialectmuziek. Het mooiste vind ik Boh Foi Toch, dat is zo plat als het maar kan. Als je daarvan houdt, dan komt de rest vanzelf.”

In zijn omgeving weet vrijwel niemand het, maar als het echt moet, kan Jaaltink wel degelijk ook vloeiend Algemeen Beschaafd Nederlands praten. Ook dat heeft hij in zijn werk geregeld nodig. “Want er komen hier op de dagbesteding ook mensen, die hier niet in de regio geboren zijn”, vertelt hij. “Zij moeten je natuurlijk ook kunnen begrijpen. Daarom schakel ik dan over op het Nederlands, maar dat is dan maar voor even, hoor. Het liefst praat ik de hele dag Achterhoeks. Zeker met Daan.”