[Zelhem]

“Ze kan schreeuwen, janken, brullen en gillen. Maar ze kan ook heel lief zijn, teder en gevoelig. Een viool gaat meedoen als ik mij goed of verdrietig voel. Voor mij is een viool een zij.”

Tekst en foto’s: Feikje Bremer

“Een stuk hout doet mij wat; wanneer ik in het houthok sta van mijn houtleverancier kan ik een dag lang bevoelen en bekloppen.” Zelhemmer Kees Kleistra pakt een blank stuk hout dat als een taartpunt uit een boomstam is gezaagd. Het liefst uit een spar die op een noordelijke berghelling langzaam tot wasdom is gekomen. Dat hout klinkt het mooist, legt Kees uit. “Luister!” Met de knokkels van zijn rechterhand klopt Kees op het hout. “Hoor je die toon?”

Kees is vliegtuig onderhoudsmonteur, violist en fotograaf. Voor het laatste heeft hij geen tijd meer en met zijn werkzaamheden bij de KLM is hij inmiddels gestopt. Nu brengt hij dagelijks uren door in zijn werkplaats in Zelhem. Omringd door violen; ze liggen op zijn werkbank, hangen te rijpen aan de muur en zelfs tegen het plafond hangt een viool.

Viool van triplex

“Misschien was het de aria Erbarme dich van Bach die ik hoorde toen ik vijf jaar was. Ik werd echt gegrepen door de muziek van Bach, maar werd vooral gefascineerd door de viool. Dat was in de jaren vijftig dus nee, ik kreeg geen viool. Als ik de kans kreeg er eentje te bekijken, maakte ik hem na van karton en triplex. Pas toen er een muziekschool werd geopend in mijn geboorteplaats, kreeg ik de kans om te leren vioolspelen. Je speelde in groepjes en al snel hielp ik medecursisten met kleine reparaties aan hun viool.”

‘Waar de uitdrukking ‘stapelgek worden’ vandaan komt, weet ik wel’

Toen bij één van zijn eerste reparaties het bovenblad van de viool losliet, kon Kees zijn geluk niet op. Eindelijk zag hij hoe een viool er van binnen uitziet en maakte hij kennis met de zangbalk en de stapel. “Geen instrument is zó fascinerend als de viool. Je kunt er eentje proberen na te bouwen, maar dat kan eigenlijk niet; er is geen stuk hout hetzelfde. Of neem de lak; die moet heel langzaam drogen, zodat de lak als het ware meeveert met de trillingen wanneer je de viool bespeelt. Er zitten ongeveer 25 laklagen op wanneer ze af is. Voordat ik haar in elkaar zet, schrijf ik met potlood mijn naam aan de binnenkant. Daarna hang ik haar aan de muur om te rijpen. Inderdaad net als wijn of whiskey. Het kan wel een jaar duren voor ik weet welke klank de viool uiteindelijk heeft.”

Kees Kleistra uit Zelhem bouwt violen
Rijpende violen. Foto: Feikje Bremer

Voorzichtig haalt Kees één van de rijpende violen van de muur. Vanaf het begin heeft hij zijn violen genummerd, inmiddels is de zeventigste viool bijna op klank. Dan komt ze in de vitrinekast onder de trap in de gang te hangen in afwachting van de juiste violist. Kees: “Een violist moet bij het instrument passen. Ze mogen alle violen vasthouden en erop spelen. Uiteindelijk blijven er twee of drie over, waaruit de musicus een keus maakt. Vaak krijgen ze er een paar mee naar huis om uiteindelijk pas na een half jaar een definitieve keus te kunnen maken.”

Huilen om kapotte viool

Kees speelt bijna veertig jaar viool in het Oost Gelders Symphonie Orkest. Wanneer één van de andere violisten zijn viool verkeerd neerlegt in de pauze, krijgen ze van de Zelhemmer op hun duvel. “Ik kan echt huilen om een kapotte viool!” Bij wijze van demonstratie legt hij een viool op de zitting van zijn stoel met de hals tegen de leuning. “Dit is een klassieker, iemand legt zijn viool neer op een stoel en een ander gaat per ongeluk erop zitten. Dat heb ik drie keer meegemaakt, vreselijk!”

Twintig jaar geleden erfde Kees een stuk bos in de Achterhoek, een esdoorn moest gekapt. Het perfecte hout voor de achterkant van een viool. “Je maakt de voorkant van sparrenhout, maar de achterkant is van esdoorn. Eigenlijk moet hout minimaal tien jaar drogen, maar na vijf jaar was mijn geduld op en ben ik het hout gaan bewerken, het was gelukkig droog genoeg. Ik weet precies waar de uitdrukking ‘stapelgek worden’ vandaan komt. Als je door het f-gat van de viool kijkt, kun je een blokje hout zien: de stapel. Dat moet precies op de juiste pek zitten, maar dat kun je pas bepalen wanneer de viool is afgebouwd. Dus probeer je met veel prutswerk de stapel op de juiste plek te krijgen, dat gaat zo vaak mis. Daar word je dus stapelgek van!”

Doordat de hals, de voor- en achterkant en de sleutels voor het opdraaien van de snaren van verschillende soorten hout gemaakt zijn werkt het materiaal. Soms schiet er daardoor een snaar van één van de voorraad violen onder de trap. Als dat ’s nachts gebeurt, hoort Kees dat en draait zich tevreden om in bed. Eén van zijn dames laat zich horen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.