[Doetinchem]
Het Borghuis in Doetinchem was twintig jaar geleden de eerste horecagelegenheid in de regio waar mensen met een beperking een beschutte werkomgeving vonden. Nu het vierde lustrum voor de deur staat, wordt het tijd het verhaal van het bijzondere restaurant opnieuw te vertellen, vinden uitbaters Sabine Elfers en Erwin Kolenbrander.

Tekst: Miriam Szalata Foto’s: Gerrit Kempers

Bij de ingang van Het Borghuis staat Jonny Melgers. Met een vriendelijk knikje en een stevige handdruk laat hij je meteen heel welkom voelen. Dedie Scharn heeft ondertussen bij een gast een kopje koffie op tafel gezet en staat klaar om de volgende bestelling op te nemen. Beiden maken deel uit van het team van ongeveer dertig medewerkers die bij het Doetinchemse restaurant aan de Burgemeester van Nispenstraat hun werkplek vinden.

Het zijn mensen met een beperking of een ‘rugzakje’, mensen die “een extra steuntje nodig hebben”, zegt uitbaatster Sabine Elfers. “We zijn blij dat we een paar in vaste dienst hebben kunnen nemen. Voor anderen is dit een opstapje naar een reguliere baan, en weer anderen vinden hier hun dagbesteding.” Het begeleidende team bestaat uit vijf professionals onder wie drie koks, zo ook Elfers’ partner Erwin Kolenbrander. Een handvol vrijwilligers en enkele stagiaires van Doetinchemse scholen dragen ook hun steentje bij.

De waardering voor Het Borghuis is groot. Na een paar keer genomineerd te zijn, won het Borghuis-team vorig jaar de MBO Award van de Doetinchemse Uitdaging voor de meest betrokken ondernemer. En ook dit jaar was Het Borghuis weer genomineerd.

Extra zetje

Het Borghuis bestaat in mei 20 jaar. De stichtingen Radar en Zozijn namen in het jaar 2000 het initiatief. Doetinchemmer Willem Blaauw startte Het Borghuis op. Sabine Elfers stapte in om het werk te doen waar haar hart lag.

Al jong was ze in aanraking gekomen met kwetsbare mensen, vertelt ze. “Mijn moeder had een winkeltje in de Korte Kapoeniestraat waar ze met mensen met een beperking werkte. Zelf reed ik paard op een boerderij waar je ook die mensen aantrof. Het heeft mij altijd een fijn gevoel gegeven bij kwetsbare mensen te zijn. Ik wilde heel graag anderen helpen, mensen die net dat extra zetje nodig hebben. Geef veel complimenten, zo leerde ik thuis al, want dat maakt succes.”

‘We willen liefde laten zien, elkaar laten groeien en inspireren’

De start van Het Borghuis, toen nog gevestigd aan de Korte Kapoeniestraat was best lastig, herinnert Elfers zich. “Het was het eerste restaurant in de regio waar gehandicapten werken. We kregen wisselende reacties, van mensen die de kat uit de boom keken en vroegen wat dat toch was, zo’n restaurant met gehandicapten, maar ook van mensen die het meteen omarmden.”

Na enige tijd vertrok Willem Blaauw. “Toen kwam Erwin (Kolenbrander, red.) als kok. Hij had veel ervaring en zorgde voor een andere opzet”, zegt Elfers. En met een glimlach: “En toen kregen Erwin en ik een relatie en een kind. Sam, ons Borghuis-kind.”

Omdat Elfers en Kolenbrander zo’n goed team vormden, kregen ze van de twee stichtingen de vraag of zij niet Het Borghuis wilden runnen. Ze antwoordden volmondig met ‘ja’.

De trots waarmee Elfers in Het Borghuis begon, voelt ze nog steeds. De boodschap die ze wil uitdragen is krachtig: “We willen liefde laten zien, elkaar laten groeien, elkaar inspireren. We willen laten zien dat mensen zich kunnen ontwikkelen. We kunnen een springplank zijn voor wie verder wil groeien, voor wie het reguliere bedrijfsleven in wil, maar net iets meer tijd nodig heeft.”

Meer zichtbaar

In 2011 verhuisde Het Borghuis naar het voormalige postkantoor, een honderdjarig pand aan de Burgemeester van Nispenstraat waar ook het Stadsmuseum en de VVV zijn gevestigd. Een behoorlijke en spannende stap, beaamt Kolenbrander. “We gingen van een klein restaurant naar een groot pand. Dat kost meer, maar we hebben ook meer omzet dan vroeger.” Met lunches, recepties, high-teas, borrels, familiefeesten en catering wil Het Borghuis verschillende doelgroepen bedienen. Doordeweeks is het restaurant tot 17.00 uur open en na dat tijdstip alleen op aanvraag voor groepen. Op vrijdag en zaterdag is restaurant ook ’s avonds open. Dan is er muziek (vrijdag) en extra speciaal eten.

Steeds weer bedenken Elfers en Kolenbrander nieuwe activiteiten waarmee ze flink aan de weg proberen te timmeren. Want het is hard werken. Met veel meer horeca in het centrum van Doetinchem dan vroeger en Het Borghuis enigszins aan de rand, merken Elfers en Kolenbrander dat hun bijzondere restaurant meer zichtbaar moet worden.

‘We zijn op zoek naar een jongere versie van Erwin en Sabine’

Elfers: “Ons twintigjarig bestaan grijpen we aan om het verhaal opnieuw te vertellen. Er komt een nieuwe website en we verzinnen van allerlei nieuwe dingen. Iedereen gunt het ons, dat weten we. Maar we merken dat ook veel mensen niet automatisch aan ons denken. We zijn misschien ook wel te bescheiden.”

Het uitbatersduo denkt ondertussen ook na over hun eigen toekomst. “We zijn 53”, zegt Elfers. “Een nieuwe Erwin en Sabine hier zou wel fijn zijn. We zijn op zoek naar een jongere versie van onszelf. Mensen die willen gaan voor Het Borghuis, het goede doel, lekker eten en muziek. Mensen die net als wij zeggen: ‘Wij zijn Het Borghuis’ en die, als wij oud en versleten zijn, met dit verhaal willen doorgaan.”

‘Het Borghuis is mijn huis’

Jonny Melgers. Foto Gerrit Kempers
Jonny Melgers. Foto Gerrit Kempers

Jonny Melgers (54) werkt al sinds het begin bij Het Borghuis. Voor hij er zijn eerste stappen zette, had hij al een hele loopbaan achter de rug. Die begon op zijn 21e bij een dagverblijf, vervolgens werkte hij in de supermarkt en andere winkels, een inpakcentrale en verschillende keukens van restaurants. “Toen hoorde ik over Het Borghuis. Ik heb eerst in Silvolde geleerd hoe ik in de bediening moest werken en daarna kon ik bij Het Borghuis beginnen.”

Dat is hem zo goed bevallen dat hij er na twintig jaar nog steeds werkt. “Het Borghuis is mijn huis. Het is echt een familierestaurant. Ik werk graag in de bediening. Ik doe het nu wel wat rustiger aan dan vroeger, want ik word een dagje ouder. Maar ik blijf hier werken tot het einde.”

‘Hier mag je zijn zoals je bent’

Natasja van Haren. Foto: Gerrit Kempers
Natasja van Haren. Foto: Gerrit Kempers

Natasja van Haren (43) is als alleskunner al twintig jaar bij Het Borghuis. De bediening, schoonmaak of spoelkeuken, met haar opgewekte humeur is haar niets te veel. “Geld is niet belangrijk, als je maar gelukkig bent”, is haar motto. Natasja heeft eerst op andere plekken gewerkt voor ze solliciteerde bij Het Borghuis. “Ik heb de brief zelf geschreven, in 1999. Ik heb hem zelfs bewaard. Het gesprek was spannend. Ik heb verteld wat ik graag wilde doen.” Ze werkt vier dagdelen in Het Borghuis. “Op maandag maak ik de keuken helemaal spic en span schoon. Je moet een zonnebril opzetten, zo glimt het.”
Wat Het Borghuis voor haar zo speciaal maakt? “Hier mag je zijn zoals je bent. Hier krijg je een goed gevoel. Als gasten zeggen: wat doet dat goed mevrouw, dan word ik daar van binnen helemaal blij van.”

‘Ik krijg vaak complimenten’

Dedie Scharn. Foto: Gerrit Kempers
Dedie Scharn. Foto: Gerrit Kempers

Dedie Scharn is met haar 22 jaar een van de jongeren bij Het Borghuis. “Ik zat op school De Ziep in Didam en heb eerst hier stage gelopen toen ik zestien jaar was. Dat vond ik zo leuk, dat ik hier heel graag wilde werken. De stageplaats is toen een leer- en werkplek geworden.” Dedie werkt in de bediening, en doet allerlei klusjes zoals de was opvouwen.

“De bediening is erg leuk. Je ontmoet allerlei mensen. Ik krijg ook vaak complimenten dat ik zo goed en netjes ben. Als ik werk, draag ik weleens een bloemenkrans in mijn haar. Dat vinden mensen erg leuk.”

Dedie heeft wel een wens. Ik zou graag meer willen zingen. Sabine kan erg mooi zingen, en soms zingen met weet z’n allen mee. Daar houd ik erg van. Verder heb ik hier veel plezier en erg leuke collega’s.